Geduld is niet iets.

Mogelijk kom je zo tot  de ontdekking dat de woorden geduld en ongeduld wat ongelukkig gekozen zijn. Het lijkt alsof geduld een concreet iets is, en de afwezigheid ervan ongeduld genoemd wordt. Maar onze praktijk toont duidelijk aan dat ongeduld iets concreet is: een spanning. Wat geduld genoemd wordt, is de toestand wanneer deze spanning er niet is. (Het spreekt voor zich dat een wilsmatig, krampachtig onderdrukken van ongeduld geen waar geduld is, en absoluut af te raden is.)

Interessant is het woord monnikenwerk.  Het duidt op een verfijnde en veeleisende bezigheid, waarbij een authentiek geduld onontbeerlijk is. Het verwijst bij voorbeeld naar middeleeuwse monniken die in hun klooster met de hand manuscripten kopieerden. De minste onrust maakt dit soort werk onmogelijk, dus je moet ze wel loslaten. Met je wil kom je er niet. Onze beoefening bestaat erin, elke moment van ons leven deze attitude terug te vinden.

Denk niet dat dit loslaten van onrust leidt tot een tam, saai leven. Dat is misschien wat het ego ons vertelt. Er ontwaakt juist een ware kracht, een diepe inspiratie om dat wat we werkelijk willen, te doen, en goed te doen. Misschien voelen we ’s ochtends aan het ontbijt wel de energie en de zin om aan het werk te gaan, dat is dan heel positief; het hoeft geen ongeduld te worden dat ons hindert het ontbijtmoment intiem te beleven.

 

Ongeduld, poort tot het ontwaken.

Tenslotte nog één belangrijk punt. Alhoewel ik hier woorden als ongeduld en stress gebruik, en aangeef hoe we die kunnen loslaten, is deze tekst niet bedoeld als een soort therapeutische raadgeving, om rust te vinden en ons beter te voelen. De voorgestelde beoefening, ondersteund door een volgehouden dagelijkse zenpraktijk, zal die rust wel degelijk met zich meebrengen, maar gaat veel en veel verder dan elke psychotherapeutische doelstelling. Hoe dieper we erin gaan en hoe sneller we elke spanning die ons scheidt van het bestaan hier en nu gaan herkennen en loslaten, hoe meer we ons werkelijk thuis gaan voelen in elk moment, onder alle omstandigheden. Wanneer het subtielste ongeduld, het minste ontsnappen uit het hier en nu, de meest verborgen concepten ontmaskerd worden kan er een werkelijk fundamenteel ontwaken zich realiseren. In dit ontwaken is er geen ik dat geduldig is, maar enkel de stroom van zijn bevrijd van elke gescheidenheid.

Juist omdat ongeduld ons in vele gevallen scheidt van een helder en vrij aanwezig zijn, wordt het, wanneer we er diepgaand mee leren omgaan, juist een poort tot het ontwaken. Elke gesloten deur verandert, eens geopend, van een hindernis in een toegang.