Het verhaal van dit project.
Vanaf 2003 was ik als componist volledig gericht op de renaissancepolyfonie. Wat vele mensen horen als vijftiende/zestiende-eeuwse kerkmuziek die sterke associaties met de kerk als instituut opriep, was voor mij een klankenwereld, diep verbonden met de weg van zen (zie voor de bespreking van deze muziek Muziek en ontwaken XV.).  Eindeloos beluisterde en bestudeerde ik de grote polyfonisten. Ondertussen ontstonden er een aantal stukken, waarvan sommige heel dicht bij een van deze oude stijlen stonden, anderen er enkel door geïnspireerd waren, en bijvoorbeeld klassieke Japanse toonladers gebruikten. Na drie jaar voelde ik dat ik klaar was om een groot werk te schrijven. Het werd een veertiendelige compositie voor vier gamba’s op één thema. De titel Aigo – a Ceremony for Consort, was geïnspireerd op de Bodaisatta Shishobo van de dertiende eeuwse zenmeester Dogen.

Toen vatte ik het plan op om een aantal klassieke zenteksten op muziek te zetten. Ik zou hiervoor de officiële Engelse vertalingen van de Sotoshu (het administratieve hoofdkwartier van de Sotozen) gebruiken, en contacteerde ze om toestemming te vragen. Hoewel ze me daar kenden, en ik wel degelijk antwoord kreeg, liep de zaak vast in bureaucratische complicaties. Ik vroeg hulp aan Dan Leighton, die me verwees naar zijn vriend Kazuaki Tanahashi. Het klikte meteen, zowel met Kaz als met zijn prachtige vertalingen, waaraan ook Joan Halifax, stichtster en abdis van Upaya Zen Centre te Santa Fe meewerkte. Johan Geerts van Ensemble Polyfoon was geïnteresseerd in een avondvullend programma en bijbehorende opnames, en zo ontstond het project Sandokai – Zen and Polyphony. Ik begon ergens in 2008 te schrijven en voltooide het laatste stuk in mei 2010.

Het drievoudige premièreweekend onder leiding van dirigent Lieven Deroo ging door eind november 2010: vrijdag- en zaterdagavond in de prachtige neobyzantijnse Sint-Michielskerk op de Amerikalei te Antwerpen; en zondagnamiddag in de Sint-Martinuskerk te Bever bij Geraardsbergen.

Kaz was niet van plan te komen omdat hij pas terug thuis was van een lange reis door Europa. Maar een paar dagen op voorhand liet hij me weten dat hij toch een vliegtuigticket gekocht had. Ik haalde hem op in het station; hij bleef een kleine week in de dojo logeren. Donderdagavond woonde hij de generale repetitie bij. Het was koud in de kerk, want de verwarming werkte maar half.

Vrijdag zetten we in de kerk een tentoonstelling op van Kaz’s kalligrafieën. Tegen de avond was de verwarming helemaal uitgevallen zodat het tijdens het concert bijzonder koud was. De twee eerste avonden alleen al waren er samen een zevenhonderdtal mensen, waaronder een aantal uit Nederland, Duitsland en Frankrijk.

Zaterdagochtend gaf Kaz in de dojo, na zazen, een kalligrafiedemonstratie voor een dertigtal mensen. De werken in zwarte inkt die er nu nog hangen werden toen gemaakt, zoals je op de film kan zien. Zondagnamiddag, voor het derde concert, gaf hij weer een demonstratie. Kaz’s revolutionaire en tegelijk diep traditionele kalligrafie werd tijdens de concerten niet alleen tentoongesteld maar ook op groot scherm geprojecteerd. Zo maakte ze intrinsiek deel uit van het project dat Oost en West, oud en nieuw integreerde.

Deze muziek is en blijft voor velen een vreemd geval. Boeddhistische teksten, in nieuwe Engelse vertalingen, gecombineerd met een stijl die sterk aanleunt bij zestiende-eeuwse kerkmuziek? Hoe verzin je zoiets? Niet iedereen zag de logica hiervan, zoals ik die zelf zag. Men dacht soms dat ik de zen wilde “verkerkelijken” maar ik bracht alleen de essentie van verschillende religieuze tradities samen. Er waren ook veel enthousiaste reacties. Meerdere koorleden zeiden bijvoorbeeld dat ze zich tijdens de achtstemmige fuga van Sandokai – Being One And Many werkelijk opgenomen voelden in iets groters, wat me het gevoel gaf dat mijn visie toch overgekomen was (zie de bespreking van Sandokai op het einde van deze tekst).

In de auto, op weg naar de luchthaven, vertelde Kaz dat hij een maand eerder, op zijn achtenzeventigste verjaardag zijn doodsgedicht geschreven had. Ik vroeg of ik het op muziek mocht zetten. Hij vond in zijn zak een envelop en een balpen, schreef het op en gaf het me. De volgende tien jaar zouden we samenwerken aan een hele reeks grote en kleine muzikale projecten.

De studio-opname volgde in februari 2011; de cd verscheen begin april. Vanuit de VS was er behoorlijk wat belangstelling, wegens het grote netwerk van Kaz en Joan. De cd werd er in een aantal grote zencentra verdeeld. Gedurende een aantal jaar was het de gewoonte om de stille Rohatsu sesshins in Upaya Zen Centre, aansluitend op de laatste zazen, te beëindigen met het afspelen van steeds een andere track van het album.

Vijf van de zeven stukken werden nog eens door Ensemble Polyfoon uitgevoerd in de Tibetaanse tempel Yeunten Ling  te Hoei, tijdens de feestelijkheden voor de Dag van het Boeddhisme op 4 september 2011.

In 2012 en 2014 werd het openingsstuk van het album, The Ten Line Sutra of Avalokitesvara’s Boundless Life, nog zes keer uitgevoerd door Kamerkoor De 2e Adem onder leiding van Maarten Van Ingelgem. De uitvoeringen vonden plaats te Gent, in open lucht aan de oever van het kanaal; op de dijk van Oostende in de Kunstresidentie Beaux-Arts; vanop een bootje op de Leie te Gent; in de Sint-Niklaaskerk te Gent in het kader van de jaarlijkse herdenking van Hiroshima en Nagasaki; in het Arboretum van Kalmthout en in het Paleis voor Schone Kunsten (BOZAR) te Brussel. Deze laatste uitvoering werd ook opgenomen en uitgezonden door ARTE.