In tegenstelling tot de muziek die ik tot nu besproken heb, is die van Éliane Radigue een vrij recente ontdekking voor mij. Toen ik me verdiepte in haar werk en leven, vielen me de overeenkomsten met Scelsi op: de klank niet als bouwsteen, maar als universum; de invloed van boeddhisme; het componeren met behulp van een eenstemmig elektronisch instrument; het intense werken met uitvoerders als deel van het scheppingsproces; de late erkenning. Maar voor zover ik kan terugvinden, hebben ze elkaar nooit ontmoet.

Éliane Radigue, Asymptote Versatile (New York, 1963-64)
Dit is de live opname van de wereldpremière in 2023, uitgebracht in 2025
https://open.spotify.com/album/3OmZt9FrURjjgBE9Kxp82e?si=rkOZfZB8RrK2JPysanEtNg

Zoals alle andere voorgestelde werken is het belangrijk ook dit stuk echt te gaan bewonen zodat je er werkelijk vertrouwd mee wordt. Alhoewel het een heel vroege compositie is, die de extreme continuïteit van de Occam-reeks nog niet heeft (zie het laatste voorbeeld), horen we in dit bijzonder pakkende werk al duidelijk de zoektocht naar het innerlijke universum die haar latere muziek typeert.

Musique concrète.
Éliane Radigue (° Parijs, 1932) speelde als kind piano; in 1953 huwde ze Armand Fernandez, die internationaal bekend zou worden onder de artiestennaam Arman.  Ze hadden al een dochter Marion (° 1951), kregen een tweede, Anne (°1953) en ook een zoon Yves (°1954), genoemd naar zijn peter Yves Klein, die een goede vriend van het koppel was.  In de jaren vijftig hoorde ze op de radio de nieuwe musique concrète. Geluiden opgenomen op een bandopnemer werden bewerkt om er vervolgens collages van te maken; Pierre Schaeffer en Pierre Henry waren de bekendste componisten van deze muziek. Radigue ging voor hen werken als assistente en leerde zo de technieken van het nieuwe medium: opnemen, knippen en monteren van tape, vertragen en transformeren van opgenomen geluid.

New York.
In de periode 1961-62 verbleven Éliane en Arman in New York, waar ze bevriend geraakten met Marcel Duchamp; ze speelden allebei schaak met hem, wat resulteerde in haar compositie Chess Game (1964). In hun New Yorkse periode, vertelt Radigue, ging ze bijna elke avond naar concerten en dansvoorstellingen, waar ze kennismaakte met mensen als David Tudor, John Cage, Steve Reich, Philip Glass en Jon Gibson; Robert Rauschenberg en Andy Warhol noemt ze expliciet als vrienden. James Tenney beschouwde ze als haar mentor; andere vrienden van Radigue waren componisten als Alvin Lucier en Pauline Oliveros.

Van 1962-67 gingen ze heen en weer tussen hun woonst in Nice en een tweede verblijf te New York.