Inleiding.
Een onderwerp dat dikwijls ter sprake komt tijdens de nabespreking van een sesshin is de verhouding tussen zwijgen en spreken. Moeten we gedurende een sesshin elk spreken vermijden? Kunnen we functioneel spreken toelaten? Of is spreken helemaal niet in tegenspraak met onze praktijk – ook niet met de specifieke, geconcentreerde beoefening tijdens een sesshin?
Het is waar dat zenbeoefening gebaat is met een zekere stilte. Stilte zowel in de zin van niet al teveel omgevingsgeluiden, als in de zin van minder spreken. Ze heeft ook behoefte aan een zekere ontspanning van lichaam en geest. Maar we moeten goed beseffen dat zen fundamenteel niet gaat over het beperken van prikkels, noch een ontspanningsoefening is.
Wat gecultiveerd wordt, is het ontwaken: het helder doorzien van illusies. Wat gecultiveerd wordt is een subtiel maar wezenlijk geluk dat niet afhankelijk is van omstandigheden – ook niet van lawaai of stilte, van spreken of niet spreken, van denken of niet-denken, van rust of onrust, van spanning of ontspanning, van ongemak of comfort.
Inzicht en kalmte.
In de beoefening van zazen kan je twee aspecten onderscheiden die innig met elkaar verweven zijn.
Het belangrijkste is dat van vipassana (Sanskriet), het cultiveren van inzicht. Geen inzicht in woorden, maar voorbij woorden. Een direct inzicht in de aard van het bestaan hier en nu. Een doorzien en loslaten van de illusies die door het denken worden gecreëerd. Zoals Dogen het in zijn Fukanzazengi formuleerde, gaat het in zazen noch om denken, noch om niet-denken, maar om voorbij denken en niet-denken te gaan. Dat is essentieel. In zazen is het niet van belang of er gedachten zijn of niet; het gaat erom ze niet te volgen, je niet te laten vangen door die gedachten, hun inhoud niet voor werkelijkheid te nemen maar ze simpelweg te zien voor wat ze zijn. Het gaat erom wakkerder te zijn dan je dagdromen. Anders gezegd: het gaat om helderheid.
Tegelijk is er ook het aspect van samatha (Sanskriet), het cultiveren van kalmte. In zekere mate brengt zazen ook rust, de rust die helpt om niet langer zo sterk door gedachten te worden meegevoerd.
De zazenhouding zorgt ervoor dat inzicht/helderheid en kalmte/rust tegelijk worden opgeroepen en versterkt. De stabiele, onbeweeglijke houding brengt zowel kalmte als helderheid voort. De geest in zazen wordt wel eens vergeleken met een stille woudvijver, waarin al het vuil naar de bodem is gezonken zodat het water helemaal transparant wordt. De kanteling van het bekken en het oprichten van rug, nek en hoofd stimuleren de helderheid; de ontspannen benen, schouders, mond en tong brengen kalmte. De juiste tonus in armen en handen, en het subtiele contact tussen de duimen integreren beide. Dat geldt ook voor de fascinatie die we cultiveren voor het voelen van de ademhaling en van alle andere lichamelijke gewaarwordingen. Die komt in de plaats van de fascinatie voor het denken, zodat er rust ontstaat in de geest; maar ze is eerst en vooral een intiem beleven van het zijn, van het bewustzijn hier en nu. De helderheid die ermee gepaard biedt een diep inzicht in alle verschijnselen die ervaren worden, inbegrepen het denken en alle andere mentale fenomenen.
Sanran en kontin.
Wanneer er behoefte is aan meer rust – bijvoorbeeld wanneer je je zenuwachtig voelt en te sterk meegaat in het denken (in de Japanse zen noemt men deze staat van mentale opwinding sanran) – kan je de aandacht laten gaan naar een bepaald punt, zoals het contact tussen beide duimen, het contact van de tong met het gehemelte en de achterkant van de voorste tanden, of beide tegelijk. Je kan ook de uitademing verdiepen en je daar helemaal in laten gaan.
Wanneer je te slaperig of te suf bent (een staat die men in de Japanse zen kontin noemt), kan je de aandacht juist meer openen, in een weidse observatie van het hele lichaam, van alle geluiden en lichtindrukken; je kan de inademing benadrukken, je ogen wijd openen, het bekken wat verder kantelen en de rug nog meer strekken.
Deze instructies zijn heel nuttig maar hebben ook hun beperking. Soms ben je gewoon te overprikkeld of te slaperig. In dat geval kan je op een bepaald moment ophouden daartegen te strijden – zonder zazen te verlaten. Laat de mentale storm maar razen, badend in het licht van helder bewustzijn. Geef je maar over aan de slaap je en ervaar klaar en duidelijk elke fase van sufheid, droomloze slaapmomenten en dromen. Ja, zazen omvat ook dat allemaal. Misschien zegt het ego: maar ik ben gewoon helemaal meegegaan in mijn gedachten en emoties – of: maar ik heb gewoon geslapen! Misschien was dat zo, maar ondertussen zat het lichaam in zazen. Onderschat dat niet. Zoals meester Deshimaru zei: zazen werkt onbewust, automatisch, op natuurlijke wijze. De ervaring leert bovendien dat momenten van overgave aan de slaap dikwijls leiden tot een hernieuwde waakzaamheid enkele minuten later.
Ontsnappen aan de leeuw.
Weet dus goed dat een zekere rust een functie heeft in onze beoefening, maar hecht je er niet aan! Een authentieke zenbeoefening hangt niet af van omstandigheden – of, praktisch gezien, van zo weinig mogelijk omstandigheden. Steeds minder en minder. Het is waar dat we als beginner sterk geneigd zijn in elke gedachte mee te gaan. De enige oplossing lijkt er dan in te bestaan de gedachten helemaal tot rust te brengen, ze te doen ophouden.
Stel dat je in een nachtelijke droom achtervolgd wordt door een leeuw. Hoe ontsnap je daaraan? Wat is de meest fundamentele oplossing? De leeuw proberen bedwingen door hem in de droom te kalmeren, of uit de droom ontwaken? De vraag stellen is ze beantwoorden. Op het moment dat je ontwaakt, herinner je je de leeuw wel – maar dan als een onschadelijk droombeeld. Het gaat er niet om de leeuw te kalmeren, te bedwingen, te temmen of te slim af te zijn; het gaat erom hem te doorzien.
Omgaan met gedachten in het kader van zenbeoefening is niet anders. We kunnen eindeloos proberen ons denken te onderdrukken door rust te cultiveren, tot we in slaap vallen. Maar dat is geen ontwaken! De fundamentele rust die de vrucht is van zenbeoefening is van een totaal andere orde. Ze wordt gerealiseerd door wakkerder te zijn dan het denken. Niet dat het denken daarom stopt – maar de betovering, de illusie is verbroken.
Het is zoals wanneer je met een vliegtuig hoog genoeg stijgt. Je ziet de wolken onder je, ze zijn er nog steeds, en soms zijn ze er niet, maar tegelijk zie je de voortdurend stralende zon in de altijd blauwe lucht. Overstijg dus het denken; schakel het niet uit. Dat is precies wat Dogen bedoelt met hishiryo: voorbij denken en niet-denken gaan.
Soepele geest en integratie.
In zen hechten we ons niet aan omstandigheden, maar cultiveren we een soepele geest die zich voortdurend aanpast, zich steeds bewust is van wat is, zonder zich ergens aan vast te klampen. Een stromende, vloeiende geest die niet bevriest, niet stolt.
Zo zijn we zelf stil tijdens zazen, en zoeken we in principe ook eerder een plaats waar niet te veel lawaai is. Maar wanneer men tijdens een sesshin het voetpad voor de deur open begint te breken met een drilboor, dan is dat wat er is op dat moment. Dan is dat onze zazen. Geluiden die we in de dojo horen – van het verkeer bijvoorbeeld – brengen de aandacht hier en nu. Ze voorkomen ook dat zazen alleen in “perfecte stilte” zou doorgaan, waardoor we telkens een breuk zouden ervaren zodra we terugkeren naar het dagelijkse leven.
Ook de overgangen tussen lawaai en relatieve stilte, tussen spreken en zwijgen, tussen denken en niet-denken zijn telkens belangrijke momenten waarop de beoefening zich kan verdiepen en de soepelheid van de geest zich kan ontwikkelen.
Zolang we menen dat onze beoefening afhangt van gedachteloosheid, stilte of zwijgen – van onszelf of van anderen- sluiten we haar op in voorwaarden. Laat je beoefening geen serreplantje zijn; laat ze gedijen in het echte leven, op elk moment. Zo ontdek je dat helderheid ook beoefend kan worden wanneer er gedachten zijn, wanneer iemand tegen je spreekt, wanneer je zelf spreekt. Dat is het pad naar bevrijding. Het is een breed pad, waarin plaats is voor elk moment van ons leven. Elk moment van ons leven is het pad.
Sangha.
Een ander belangrijk punt waarmee we rekening moeten houden bij het opstellen van het uurrooster van een sesshin, is dat de mens een sociaal wezen is. Het is waar, we zijn niet allemaal hetzelfde: sommigen hebben meer tijd alleen nodig, anderen hebben meer behoefte aan gezelschap. Ook concrete elementen van ons dagelijks leven spelen een rol. Hoe stresserend is je werksituatie? Woon je alleen of heb je vijf kinderen, inwonende schoonouders, drie honden en een papegaai?
In het boeddhisme spreekt men van de drie schatten. Een ervan is sangha: de gemeenschap van beoefenaars, de mensen van de dojo, de mensen waarmee je deze sesshin hier en nu samen doormaakt.
Zoals ik dikwijls benadruk, is een groep mensen die samen een sesshin doet als een team dat een berg beklimt, of een andere expeditie onderneemt. Samen uit, samen thuis. De groep is hecht; de leden steunen elkaar – zonder woorden, maar ook met gesprekken. Soms zijn die diepgaand, op andere momenten is de woordelijke inhoud niet zo belangrijk, maar gaat het om wat er buiten de woorden om wordt gecommuniceerd. Het is goed deze dimensie van intermenselijke communicatie te erkennen. Tijdens de beklimming zelf wordt er waarschijnlijk niet veel gezegd. Maar ’s ochtends bij het ontbijt of ‘s avonds aan het kampvuur wordt er gesproken. Zowel de stilte als spreken zijn essentieel.
Die conversatie hoeft uiteraard niet luid te zijn. Fluisteren is zelfs niet nodig – niets roept zoveel onrust op als luid gefluister. Vermijd meerdere simultane gesprekken: de decibels schieten dan snel omhoog. Een gesprek waar iedereen aan deelneemt is trouwens waardevoller. Vermijd ook te lang aan het woord te blijven of altijd het laatste woord te willen hebben. Zorg voor een evenwicht tussen luisteren en spreken, afgestemd op de grootte van de groep.
Heel belangrijk is ook dat er al eens gelachen mag worden! Plezier maken is belangrijk en creëert een goed, ontspannen gevoel dat heilzaam is – ook voor onze zazen. Zeker tijdens een sesshin is humor van wezenlijk belang. Maar ook hier geldt: ga je er niet aan hechten, laat het niet dwangmatig worden.
Vastberaden.
En dan slaat het hout. Maak onmiddellijk de klik. Wees zo alert, zo wakker, zo aandachtig mogelijk. Laat je niet passief overweldigen door gedachten die blijven hangen. Het is geen kwestie van persoonlijke wilskracht, maar van een keuze die gemaakt wordt – zonder dat er iemand is die de keuze maakt. Wees vastberaden, zelfs als er niemand is die vastberaden is. Laat er vastberadenheid zijn. Zit niet te suffen. Verzorg je houding, zelfs als er niemand is die ze verzorgt. Sluit de ogen niet. Kom niet elke minuut terug naar het voelen van de ademhaling, maar elke seconde.
Je zal zien dat de omschakeling van praten naar zazen in stilte nauwelijks tijd vergt. Dat ook deze overgang deel is van de praktijk. En dat spreken uiteindelijk op geen enkele manier in tegenspraak is met de beoefening. Wanneer je voluit spreekt en tegelijk volledig wakker en helder bent is er gewoon spreken. En dan is er gewoon zwijgen. We hechten ons aan geen van beide; en zorgen voor een evenwichtige afwisseling – waarbij de zwijgende periodes tijdens een sesshin weliswaar veruit het overwicht hebben, maar er ook korte momenten van spreken zijn. Want, nogmaals – het is o zo belangrijk – het integreren van alle aspecten van ons leven is het hart van onze beoefening.