Ontmoeting te Rome.
De volgende anekdote hoorde ik in mijn studententijd. Het verhaal speelt zich vermoedelijk af in de jaren vijftig of de vroege jaren zestig. Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen, na de tweede wereldoorlog decennia lang de bekendste modernistische componisten van respectievelijk Frankrijk en Duitsland, stonden te praten op een of andere muzikale gelegenheid in Rome. Giacinto Scelsi kwam op hen af, gaf Boulez een hand en zei iets in de aard van “mijnheer Boulez, uw muziek is echt fenomenaal, waarvoor proficiat, en u bent een ongelooflijk sterke en energieke man”; daarna schudde hij de hand van Stockhausen, zeggende iets als “Mijnheer Stockhausen, u bent werkelijk een groot en invloedrijk componist, en uw gedrevenheid en werkkracht zijn ongezien!”. “Ik zelf echter”, vervolgde hij, “ben helemaal niet sterk en voel me zelfs bijzonder zwak. Ik moet nu even rusten” waarop hij de daad bij het woord voegde en plat op de grond ging liggen tot consternatie van de omstaanders.

Giacinto Scelsi, Hymnos voor groot orkest (1963)
https://open.spotify.com/track/4Mcn02BTZ7tg7TY6X2RevW?si=b8d5f7fb8ea442ed

Jeugd en crisis.
Giacinto Scelsi (° 1905) werd geboren in een aristocratische familie en woonde tijdens zijn jeugdjaren onder andere in het familiekasteel te Valva. Tot zijn drieënveerstigste zocht hij als componist zijn weg doorheen de modernistische stijlen die op dat moment in zwang waren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Scelsi in Zwitserland. Daar groeide zijn belangstelling voor poëzie, beeldende kunst en oosterse mystiek. In 1948 kwam hij terecht in een ernstige en langdurige psychische en spirituele crisis, waardoor hij enkele jaren zo goed als niets componeerde, en ook een tijd in een instelling verbleef. Daar zou hij vele uren doorgebracht hebben met het steeds weer aanslaan van dezelfde noot op een piano. Dit hielp hem zijn psychische evenwicht terug te vinden, verklaarde hij later; hij ontdekte dat wat op het eerste gehoor één eenvoudig muzikaal gegeven lijkt, in werkelijkheid een uiterst complexe wereld bevat: boventonen, resonanties, zwevingen, veranderingen van intensiteit en kleur. Vanaf dat moment was een toon voor hem niet langer een bouwsteen om composities mee te maken, maar een ruimte waar je kan binnentreden om te luisteren naar wat zich daar afspeelt. Scelsi ontwikkelde een volledig nieuwe visie op het leven en op de muziek.