Het fenomeen Pärt.
Arvo Pärt (° Paide, Estland, 1935) is sinds de late jaren 1980 niet meer weg te denken uit de klassieke muziekwereld. Zijn eerste cd op het label ECM, Tabula Rasa, verscheen in 1984, en werd gevolgd door de albums Arbos (’87), Passio (’88), Miserere (’90) en Te Deum (’93).
Pärts muziek, die tegelijkertijd nieuw en oeroud klinkt, wordt terecht als meditatief en religieus beschouwd. Wegens de sobere, uitgepuurde stijl wordt hij wel eens bestempeld als holy minimalist. Merkwaardig is de grote toegankelijkheid van deze muziek, waardoor ze vlot naar het brede publiek doorstroomt, zij het niet altijd om de juiste redenen. Want deze composities, die een onmiddellijk voelbare rust uitstralen, zijn meer dan relaxatiemuziek. Wegens de toegankelijkheid ervan zal ik een groter aantal stukken voorstellen dan tot nu toe gebruikelijk was in deze reeks (alhoewel ik me bij Feldman, gedreven door enthousiasme, al wat heb laten gaan).
Arvo Pärt, Spiegel im Spiegel (1978) – waarschijnlijk zijn allerbekendste werk.
https://open.spotify.com/track/4wudbbceOZKjRlhTtbHvAs?si=b9f05d057c80469e
(Op dit album vind je ook de versie voor cello en piano.)
De vroege jaren.
Het gaat ons hier vooral om de Arvo Pärt die we kennen vanaf 1976, het jaar waarin zijn rijpe stijlperiode, die tot op vandaag voortduurt, doorbrak. Zijn leven tot op dat moment vat ik heel kort samen.
Pärt studeerde compositie bij Hugo Eller aan het conservatorium van Tallinn, en werkte van 1958-67 als geluidstechnicus voor de Estse radio.
Vanaf het einde van de jaren vijftig behoorde hij tot de eerste Sovjetcomponisten die experimenteerden met de technieken van de toenmalige westerse avant-garde, zoals het serialisme. In de jaren zestig ontstonden composities waarin hij zeer verschillende stijlen naast elkaar plaatste, zoals Credo (1968). De moderne toonspraak van zijn werk had al eerder voor wrijvingen met het officiële cultuurbeleid gezorgd; het expliciet christelijke karakter van Credo leidde nu tot grotere problemen met de Sovjetautoriteiten.
Na Credo volgde een lange artistieke crisis van een achttal jaar waarin Pärt zo goed als niet componeerde. Hij bestudeerde intensief het gregoriaans, de middeleeuwse muziek en renaissancepolyfonie, en trad toe tot de Russisch-orthodoxe Kerk.
Arvo Pärt, Für Alina (1976) – het stuk waar alles mee begon.
https://open.spotify.com/track/2Lio4KTzsA8BPLhXmyo4CQ?si=5ca16eb7865d4720