Een onverwachte ontmoeting.
In januari 1950 speelde de New York Philharmonic een concert in Carnegie Hall. Na de Symfonie opus 21 van Anton Webern, een iconisch modernistisch werk uit 1928, zouden de Symfonische Dansen van Rachmaninov uitgevoerd worden. John Cage, die onder de indruk was van Weberns werk en geen zin had om daarna Rachmaninov te horen, verliet snel de zaal. In de lege foyer ontmoette hij een monumentale jongeman, die er blijkbaar hetzelfde over dacht. Hij kwam naar Cage met de woorden “Wasn’t that beautiful?” Ze hadden elkaar al vluchtig ontmoet via Feldmans compositieleraar Stefan Wolpe, maar deze keer was de klik er. Onmiddellijk maakten ze een afspraak om elkaar weer te zien; een paar maanden later verhuisde de 24-jarige Feldman al naar een appartement in het gebouw waar Cage ook woonde.
Morton Feldman Piano, violin, viola, cello (1987)
https://open.spotify.com/album/4KN7hvKWOS9OdRV2ZSxL9N?si=vpfEoevUSKexIhXBZimSxw
Als je dit stuk – het laatste dat Feldman schreef, 37 jaar na de ontmoeting in de foyer- beluistert merk je het grote verschil met Cage. De bezetting, het samenspel, de herhaalde patronen klinken onmiddellijk veel vertrouwder dan de late werken van Cage. Waar Cage’s Number Pieces geluid zijn, gespeeld op muziekinstrumenten, is dit veel herkenbaarder als “muziek”. Maar wanneer je blijft luisteren en hoort hoe het stuk zich ontvouwt, blijkt het toch verre van een conventionele westerse compositie te zijn. Want deze muziek gaat nergens naartoe. Bouwt niets op. Vertelt niets. Ze is. Alhoewel er motieven (korte melodietjes van een paar noten) herhaald worden, worden ze veel meer herhaald dan gebruikelijk; ze zijn ook steeds iets anders. Het is alsof je naar allerlei bladeren van eenzelfde boom kijkt, het ene na het andere; ze zijn identiek van ontwerp en toch allemaal verschillend. Je gaat niet meer luisteren naar een vertelling, je kruipt met je gehoor in de details. Hier en nu. Niet dat die details een of andere betekenis buiten de klank in zich hebben. Het is ervaren, nu. En dan is het ervaren, nu. Dan is het ervaren, nu. Tijdloos.
In 1995 was ik op een repetitie van choreograaf Alexander Baervoets. Het was pauze, en hij zette een nieuwe cd op die pas uit was. De zaal werd gevuld door een oneindig zachte muziek van een ontstellend indringende aanwezigheid, die voor mij om een of andere reden een groot moreel gezag uitdroeg. De muziek van Feldman kende en waardeerde ik al langer, maar dit was de klik… Wasn’t that beautiful! Ik vroeg Alexander wat het was en kocht de opname de volgende dag. Sindsdien heb ik ze eindeloos beluisterd, tot nu toe. Het is voor mij muziek die heel sterk resoneert met de zazenbeoefening. Onbeweeglijk, ademend, altijd anders. Alles valt op zijn plaats. En die plaats is hier en nu.