Iets.

Wanneer we nu eens al onze gedachten, concepten, meningen, opvattingen, ideeën, theorieën, wereldbeelden, verhalen, kortom alle denkbeelden die we op school, in onze opvoeding of waar dan ook geleerd hebben, of die we zelf opgebouwd hebben in de loop van ons leven – en voortdurend in stand houden – even opzijschuiven?  

Wanneer we deze gekleurde bril, waardoor we naar het bestaan kijken, eens een momentje afzetten?

Wanneer we helemaal fris en onbevangen ervaren wat er is?

Met een open geest?

Wat is er dan?

Is er dan niets?

Als dat je conclusie is, hoef je niet verder te lezen.
Er is dan trouwens niets te lezen.

Maar wanneer je akkoord gaat dat er niet niets is,

kunnen we dat “niet niets” dan misschien benoemen als “iets”?
Laten we het woord iets gebruiken als een uiterst bescheiden, praktisch etiket.
We gaan er geen theorie of filosofie op baseren.
We gaan er op dit moment ook niet verder op in

wat dat iets is, waarom het er is, hoe het is, enzovoort.

Kortom, laat ons iets gebruiken als een woord
dat onmiddellijk voortkomt uit het directe ervaren,
als een uitdrukken van dat ervaren,
dat direct terugwijst naar dat ervaren,
dat voorafgaat aan elk woord.

Laat ons iets vooral niet zien als “een ding” onder andere dingen
(zoals in het Franse quelque chose of het Engelse something),
want “ding” of “voorwerp” zijn concepten die veel te voorbarig zijn,
waar we ons nu niet mee bezig houden.
Met iets wijzen we naar wat er is,
zonder daar met ons verstandelijke onderscheidingsvermogen lijntjes in te trekken
en dan op één deel ervan in te zoomen.
Laat die manier van functioneren even helemaal los.

Het is dus niet zo dat we beredeneren dat er niet niets maar iets is, en dan vervolgens de uitkomst van deze redenering onthouden, zodat ze kennis wordt, een weten.

Er is simpelweg het ervaren dat er iets is. Er is simpelweg het ervaren van iets. Dat ervaren is altijd nu. We kunnen dus steeds opnieuw terugkeren naar dit ervaren wanneer we het uit het oog verloren zijn. Elk moment kunnen we zeggen “ha, iets!” als uitdrukking van wat voorbij woorden is. We moeten het zelfs niet zeggen of denken. Maar als we het woord gebruiken, houden we het bij dat ene woord en volgen we de richting waarin het wijst, terug naar de bron. We bouwen er niet op voort. Doe dat even niet. Want we zijn veel te ijverige bouwers.

Het is alsof je Antwerpen verlaat, en buiten de stad een wegwijzer “Antwerpen” plaatst, die de hele stad in één woord vangt (maar die natuurlijk niet is), en de richting aangeeft waarin je ze terugvindt. Ga niet voorbij deze ene wegwijzer, en keer terug naar waar hij als symbool voor staat. Want als woord is iets een symbool. Een symbool dat wijst naar dat wat is.

“Toch vind ik op een of andere manier dat idee van “niets” wel aanlokkelijk…”

Het ego, het gevoel van een werkelijk apart zelf, vindt heel wat ideeën aanlokkelijk. Het is immers zelf een idee, opgetrokken uit andere ideeën. Het denken zegt graag: “het zou veel logischer zijn moest er niets zijn, en niet iets”. Waarschijnlijk omdat het geen echte, fundamentele reden kan bedenken waarom er iets is en niet niets. En toch kunnen we er niet omheen dat er niet niets is, maar iets. Iets is voor het denken, dat geen concrete reden kan aanduiden waarom het er is, een soort mirakel. Maar ons hele bewuste leven worden we elke seconde geconfronteerd met iets. We zijn zelf, uiteraard, iets. Niets is een gedachte, een fantasie van het denken, dat zelf iets is.

(Herinner je voortdurend wat we met iets bedoelen: dat wat is; en niet: een ding onder andere dingen. Zo’n ding zou een onderdeel van iets zijn, en we houden ons niet bezig met het onderverdelen van iets – of nu toch niet.)

“Het is voor het denken een soort mirakel, dat er iets is en niet niets… Aan de andere kant vind ik het bestaan dikwijls heel banaal en vanzelfsprekend. Wanneer ik ’s maandags moet opstaan om te gaan werken, en het regent, bijvoorbeeld.”

Misschien is dat omdat je op dat moment iets onderverdeelt met je denken, en dan op een deel ervan je voorkeur en afkeer projecteert.

Maar – nu komt er iets heel belangrijks – dat diepe gevoel van verwondering dat er iets is en niet niets, dat gevoel wijst ons een pad. Een pad voorbij het denken. Een pad recht in iets. Niet dat we het ooit niet waren, of buiten iets stonden. Maar de gedachten, die ook iets zijn, creëerden illusies: dat er een ik is los van iets, dat iets een verzameling dingen is, enzovoort.   

“En als ik die verwondering niet voel?”

Je hoeft die niet te voelen. Het lijkt trouwens duidelijk dat er ons hele leven iets is, en niet niets, dus waarom zou je je daarover verwonderen? Mogelijk vind je het stiekem toch wel vreemd dat er iets is in plaats van niets, maar is de verwondering daarover bedekt door concepten van vertrouwdheid, van weten dat het nu eenmaal zo is dat er iets is. Misschien dat, wanneer die kunstmatige vertrouwdheid, die in stand gehouden wordt door het denken, wegvalt, dat de verwondering opvlamt.

“Waarschuwde de Boeddha niet tegen gehechtheid aan extreme standpunten? En zijn “er is niets” en “er is iets” geen extreme standpunten?”

Zeker, en dat is een heel goede raad. In het bijzonder in de zen is men heel erg op zijn hoede wat betreft het innemen van standpunten – extreem of niet. Maar wees gerust, ik wil je helemaal niet verleiden tot het innemen van een standpunt. Dan zou het woord iets als een rots worden, waaraan we ons zouden vastklampen, en waarop we een heel filosofisch kasteel zouden bouwen. Mijn bedoeling is juist het tegenovergestelde.  Iets is enkel een voorlopig, tijdelijk woord. We gebruiken het hier enkel en alleen als etiket en wegwijzer. We denken niet verder door op dat woord. Geen theorie. Het is puur praktisch: als een baksteen die je tussen de deur steekt, om ze even open te houden. Je gaat er geen huis mee bouwen. We gaan ons er dus zeker niet aan hechten. Ik probeer je niet vast te leggen op een of ander standpunt. Mijn vraag is simpel en praktisch: is er niets, of is er iets? Nog eens, in het eerste geval is er noch dit gesprek, noch deze tekst, geen universum, geen leven, geen mens, laat staan wij twee die…

“Ok. Er is iets.”

Ervaar dat iets dan ten volle. Denk er niet over na, analyseer het niet, op geen enkele manier, maar ervaar het.

Neem daar je tijd voor.