In de zomer van 1987 zag ik op de Nederlandse televisie een uitvoering van The Desert Music, een werk van Steve Reich. Deze muziek was anders dan alles wat ik al gehoord had. Hij leek uit een ander universum te komen en een onzegbare boodschap uit te dragen. Ik wist alleen niet, welke. Wat ik toen wel wist, was dat ik verder zou gaan als componist. Ik kocht alle cd’s van Reich die ik kon vinden en beluisterde ze eindeloos.

Jeugd en studies.
Steve Reich (° New York, 1936) groeide op in New York en Californië. Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij een jaar oud was, en als kind ging hij heen en weer tussen zijn vader in New York en zijn moeder in Los Angeles. Aan Cornell University studeerde hij filosofie en behaalde hij in 1957 zijn diploma met een thesis over Ludwig Wittgenstein. Tegelijk hield hij zich intensief bezig met jazz; vooral de muziek van Kenny Clarke en later John Coltrane was belangrijk voor hem. Hij studeerde compositie bij Hall Overton, vervolgens van 1958 tot 1961 aan de Juilliard School bij William Bergsma en Vincent Persichetti. Daarna trok hij naar Californië, waar hij aan Mills College bij Darius Milhaud en Luciano Berio studeerde en in 1963 zijn master behaalde.

Reich voelde zich niet thuis in de academische avant-garde. De uitvoering van Terry Rileys In C in 1964 sterkte hem in zijn overtuiging dat herhaling een volwaardig uitgangspunt voor een nieuwe muziek kon zijn.

Faseverschuiving als proces.
Tijdens het werken met een bandopnemer ontdekte hij het effect van geleidelijk uit elkaar verschuivende opnames. Hij was erdoor gefascineerd: een kort muzikaal gegeven kon, door het te ontdubbelen en geleidelijk tegenover zichzelf te verschuiven een lang stuk worden dat steeds anders klonk. Het proces waardoor dat stuk ontstaat, is volledig hoorbaar voor de luisteraar, waardoor er als het ware niks verborgen is. Een complete eenheid van materiaal en vorm. De componist zet het stuk in gang, maar daarna loopt het vanzelf. Op deze manier maakte hij zijn eerste tape-composities in 1965 en ’66.

Al snel wilde hij de faseverschuiving zonder bandopnemers realiseren, zodat deze muziek ook live kon uitgevoerd worden. In 1967 schreef hij Piano Phase en Violin Phase.

Steve Reich, Violin Phase voor viool en tape of vier violen (1967)
https://open.spotify.com/track/7DiTUqWeOAnAlZ5INl3GL6?si=7d9fdea32d8d491c

Sommige mensen worden hier heel zenuwachtig van; mogelijk komt dat door een te gespannen luisterhouding, waarbij je elk motief als een apart gegeven beschouwt. Dan lijkt het alsof de muziek op je inbeukt. Wanneer je echter je gehoor, je bewustzijn helemaal openzet, en de stroom van de muziek als het ware door je ene oor binnen laat komen, en door het andere weer buiten laat gaan, waarbij je niets grijpt, dan wordt het een bevrijdende ervaring. Het zal waarschijnlijk wel duidelijk zijn, waarom men spreekt van minimale muziek, de hele compositie van een kwartier lang is opgebouwd uit één enkel kort motief, dat eindeloos herhaald wordt; vandaar: repetitieve muziek. Door de faseverschuivingen wordt het motief op alle mogelijke manieren met zichzelf gecombineerd; het resultaat klinkt altijd anders. De resulterende patronen die zo ontstaan worden geaccentueerd door een van de violen. De faseverschuiving is een lineair proces, dat in een paar woorden te formuleren valt, maar de structuur van het hele stuk bepaalt. Daarom spreken we van procesmuziek. Er wordt dus geen verhaal vertelt, maar er is toch iets dat gebeurt, dat verandert: een proces dat afloopt.  Luister aandachtig, ga niet ondertussen iets anders doen “omdat er toch niets gebeurt”; dan mis je waar het om gaat. Hoor elke noot. Blijf erbij.