Identificatie.
“Kunnen we het nog eens hebben over de basisprincipes van identificatie en desidentificatie?”
Die bestaan niet los van elkaar, zoals ik al zei. Elk concept van het denken is in feite een gesloten virtuele lijn, een grens die getrokken wordt in dat wat ongescheiden is. Zo’n virtuele grens heeft altijd een binnenkant en een buitenkant. Het is maar door op het ene aardoppervlak een grens te trekken en alles wat daarbinnen ligt “België” te noemen, dat de rest van het oppervlak, buiten die lijn, “het buitenland” wordt. Het is maar omdat er een identificatie met deze persoon plaatsvindt, dat er sprake is van een buitenwereld en anderen. Identificatie met deze persoon gaat samen met desidentificatie van alles wat niet deze persoon is. Wanneer de identificatie ophoudt, houdt ook de desidentificatie op; ze zijn als twee kanten van één medaille. Als binnen en buiten, onder en boven, groot en klein. Kan links bestaan zonder rechts? Voor zonder achter? Goed zonder kwaad?
“Je gebruikt het woord desidentificatie dus niet om het loslaten van een identificatie aan te geven, maar wel om de buitenzijde van een identificatie te benoemen?”
Ja, of het nu gaat om een identificatie of een desidentificatie, het zijn allebei definities. “Ik ben dat” en “ik ben niet dat”. Ze gaan altijd samen. De ene roept altijd automatisch de andere op. Het is dus eigenlijk één definitie. We zijn ons daar meestal niet van bewust. Zo beseffen we niet dat we ons desidentificeren van de omgeving waarin het lichaam zich bevindt. We hebben niet door dat we een deel van iets buiten ons projecteren, er een gevoel van afstand tegenover onderhouden. We zien over het algemeen enkel de binnenkant van een definitie, en gaan ervan uit dat dat trouwens geen definitie is, geen mentale constructie, maar “hoe het nu eenmaal is; wie of wat ik nu eenmaal ben”.
“Ik zie een gelijkenis met hoe we soms, op een therapeutisch niveau dan, gevoelens of patronen die wel degelijk deel uitmaken van onze persoonlijkheid, niet als dusdanig erkennen. Ze “buiten mij” projecteren. Ik veronderstel dat we ze eerst uit dat verdomhoekje moeten halen, om ze helemaal te belichten, te aanvaarden en te omarmen als deel van de persoon die we zijn, om dan, wanneer we zen beoefenen, de identificatie met die hele persoon te doorzien.”
Zo zie je hoe therapie en spiritualiteit elkaar aanvullen.
“Zijn er ook voorbeelden waarbij desidentificatie naar voren treedt?”
Het gebeurt regelmatig dat, wanneer je wijst op de ongescheidenheid van het bestaan, er mensen zeggen: “Het is niet mogelijk dat de gescheidenheid een illusie, of een relatief begrip is. Want er zijn vreselijke mensen op de wereld, die vreselijke misdaden begaan. Je gaat me niet vertellen dat ik daar niet van gescheiden ben. Ik ben niet zoals zij. Wij zijn wezenlijk verschillend.“
Wanneer elk concept losgelaten wordt, en er verbleven wordt in die conceptloosheid –waarin dus ook het sleutelconcept van een apart zelf, een bepaalde identiteit losgelaten wordt- manifesteert zich dat wat, als er terug concepten opkomen, we kunnen aanwijzen als iets/ ervaren/bewustzijn/aanwezigheid/verschijnen/Ik/Grote Zelf/ware natuur/Boeddhanatuur, enzovoort. Niet als nieuwe identiteit, als nieuwe toe-eigening, maar als dat “wat we altijd al waren voorbij elk concept”. Want het zijn de concepten die onderscheid, en dus ook identiteit, identificatie lijken te creëren.
Poorten.
““Dat wat we altijd al waren voorbij elk concept” is toch ook een concept?”
Je hebt een punt. Dat is de reden waarom ik het tussen aanhalingstekens plaatste. Maar het is geen concept voor huis-tuin-en-keukengebruik zoals ik dat noem, voor dagelijkse, praktische toepassing; noch een concept dat bedoeld is als speelgoed voor filosofen, als een baksteen om een kasteel mee te bouwen. Het is als een wegwijzer naar bevrijding, een handig hulpmiddel om te gebruiken en daarna los te laten. We zouden elk woord, elke uitdrukking, elke zin tussen aanhalingstekens kunnen plaatsen… eigenlijk zou je, tenminste vanuit het ontwaakte perspectief dat geen perspectief is, woorden en zinnen altijd moeten zien alsof ze tussen aanhalingstekens staan.
“Ik blijf toch nog steeds zitten met de vraag: is er hier geen fundamenteel verschil tussen boeddhisme en advaita vedanta? Want boeddhisme ontkent elke identificatie met een apart zelf, terwijl advaita zegt dat we uiteindelijk wel degelijk echt Brahman zijn, de ongescheiden wereldziel, het bewustzijn, als enige echte Werkelijkheid.”
Dat laat je blijkbaar niet los, en ik begrijp dat wel. Maar ik zie het niet zo. Ik zal proberen hier opnieuw, maar toch een beetje anders op te antwoorden. Zou het niet kunnen dat het verschil in de formulering zit? En dat datgene waar deze formulering naar verwijst, of juister gezegd: waar deze formulering naar toe leidt, uiteindelijk hetzelfde is? Want nogmaals: doe het maar eens, je echt identificeren met het nonduale, ongescheiden bewustzijn – en zie wat er gebeurt. Het is als een poort, die een uitweg uit elke identificatie biedt – tenzij je om een of andere reden in die poort blijft staan. Maar dat is niet de bedoeling van een poort.
Machtsfantasieën.
De schrik die er bij vele boeddhisten in zit, dat we in deze identificatie gevangen blijven zitten, lijkt me dus niet helemaal terecht. Op voorwaarde natuurlijk, dat er authentieke beoefening is, je niet in de poort blijft staan, en je vooral niet gewoon klakkeloos woorden overneemt. De problemen ontstaan altijd wanneer mensen dit onderricht niet beoefenen, maar letterlijk en verstandelijk benaderen. Want zoals ik steeds herhaal: hoe kan je je identificeren met iets dat alles is? Nogmaals: identificatie is gebaseerd op onderscheid, op een grens die getrokken wordt: ik ben dit wel, dus dat ben ik niet. Zo gauw alles zich binnen die grens bevindt, of alles zich buiten die grens bevindt, werkt het mechanisme van identificatie niet meer. Misschien dat het even duurt voordat dat duidelijk wordt, maar uiteindelijk blijkt deze positie onhoudbaar. Tenzij je in een fantasie van het ego vlucht, en meent dat je effectief, zoals ik al vernoemde, als individu denkt dat je alles bent. In dat geval blijf je opgesloten zitten in de bikkelharde identificatie met lichaam-en-geest, en is er tegelijk een soort illusionaire identificatie met Brahman, of met de kosmos. Dan krijg je van die mensen die zeggen: “ik heb mijn ware natuur gezien, en nu komt alles naar me toe“, waarmee ze bedoelen dat hun persoonlijke wensen en voorkeuren vervuld worden, alsof het universum, dat ze zijn, het individu, dat ze ook zijn, vanuit deze link stiekem of zelfs openlijk allerlei snoepjes toestopt. Het is een merkwaardige waangedachte, die egoïsme en ontwaken wil combineren. Je hoort en leest ze veel in commerciële pseudo-spirituele middens. Waanzin, maar het verkoopt goed. Het zijn machtsfantasieën. Maar mensen die diep elke identificatie doorzien, en dat formuleren als “ik ben alles” of “ik ben niets”, die zijn in de praktijk heel bescheiden. Zij zetten zich in voor het welzijn van de anderen, zonder iets te eisen van het bestaan. Wie zou er iets eisen?
Een kwestie van methode.
Ik ben dus van mening dat het te maken heeft met methode. Identificeer je maar met het ongescheiden bewustzijn; of zelfs eerst met een beperktere visie op bewustzijn, zoals de waarnemer, en besef dan vervolgens dat die waarnemer niet gescheiden is van wat hij waarneemt. Nogmaals, dit lost zichzelf op – op voorwaarde dat je niet in de poort blijft staan. Ik meen dan ook dat, wanneer bijvoorbeeld Meister Eckhart van God spreekt, je het op deze manier moet zien. Spreken van God, of niet spreken van God, is een woordkeuze. Ook christelijke mystici zeggen dat, wanneer je God echt wil ontmoeten, je elk idee van God moet laten vallen.
De bevrijding heeft maar één smaak. Zo gauw je ze gaat verwoorden, ontstaan er verschillende tradities, systemen, interpretaties…
Je moet ook goed beseffen dat de spirituele tradities, de religies ook intern niet monolithisch, geen eenheidsworst zijn. Binnen het christendom zijn er veel verschillende strekkingen; ook binnen één daarvan zal je heel verschillende dingen horen. Even belangrijk is het, je te realiseren tegen wie men spreekt op een bepaald moment. Verschillende mensen hebben nood aan verschillende onderrichten. Een leraar zal tegen elk van hen zeggen wat ze op dat moment nodig hebben om te evolueren op het pad. Dat deed de Boeddha ook; het is een basisprincipe van lesgeven, dat zelfs niets met spiritualiteit te maken heeft.