Beluistering.
De shakuhachi (bamboefluit) is voor zover ik weet het enige muziekinstrument dat specifiek met de zentraditie verbonden is – buiten natuurlijk de rituele instrumenten die het verloop van zazen aangeven en ook bij de ceremonies gebruikt worden. Hij werd bespeeld door de komuso, de monniken van de Fuke school, die aangesloten was bij de Rinzai zen. We zullen ons beperken tot het traditionele repertoire, honkyoku genaamd.
De eenheid van deze muziek is de duur van de uitademing. In tegenstelling tot de speelwijze van moderne westerse blaasinstrumenten, waar de inademing dikwijls zo kort mogelijk wordt gemaakt om de continuïteit van de muziek te verzekeren, neemt men in de honkyoku uitvoeringspraktijk de tijd om rustig in te ademen. Na elke zin keert de klank terug naar dat de stilte; keert de beweging terug naar bewegingloosheid.
Yoshio Kurahashi, Shakuhachi: Murasaki Reiho (10’30”)
https://open.spotify.com/track/4m1U5mkvNuW4Zh4yThvdx8?si=71b8c81a569a4571
Murasaki betekent violet; Reiho is het woord voor shakuhachimuziek.
Ik wil eerst en vooral nog eens mijn eerdere aanbeveling herhalen van vooral je tijd te nemen om elk voorgesteld werk veelvuldig te beluisteren. Het is niet de bedoeling van deze tekst, even kennis te maken met een muziektraditie die je nog niet kende, en dan weer verder te gaan. Ik wil je uitnodigen om diep in de muziek door te dringen, door er, doorheen vele, vele, vele beluisteringen, echt vertrouwd mee te worden. Er helemaal in thuis te komen. Blijf geen bezoeker, geen toerist; maar ga in dit stuk wonen. Zoals je zazen bewoont. Richt je dus helemaal op de klank. Wees bewust van gedachten, als ze verschijnen, maar keer voortdurend terug naar het directe horen.
Als het je motiveert: dit is evenmin als de andere voorbeelden een lukraak gekozen werk, maar het stuk dat ik zelf persoonlijk ervaar als het ultieme, meest inspirerende stuk in deze stijl. De opname die ik zou meenemen naar een onbewoond eiland. Geef het een kans om je manier van luisteren, je manier van zijn diep te beïnvloeden. Onderschat dit stuk niet.
De shakuhachimuziek wordt niet geïmproviseerd; het zijn wel degelijk echte composities, die vastliggen en waar een partituur van gemaakt wordt.
Het bespelen van de shakuhachi beschouwt men minstens vanaf het begin van de 17e eeuw als een beoefening die verwant is met zazen.
De twee voorschriften hiervan werden als volgt geformuleerd:
Eén enkele toon laat toe het ontwaken te realiseren.
Blazen en mediteren zijn één enkel gebaar.
Je merkt duidelijk de nondualistische inslag van deze principes.
Bespreking.
Als je wil, kan je na een aantal beluisteringen dit stuk nog eens vergelijken met dat van Mozart.
-Hoe zit het met de balans tussen het vele en het ene, tussen vertellen en zijn in deze muziek?
-Je kan natuurlijk gehelen herkennen, gescheiden door een inademing. Maar zijn deze “zinnen” zinnen in de betekenis van een klassieke westerse compositie, gedragen door een strikte grammatica?
Het ontbreken van een begeleiding, waarin akkoorden hun vaste formules volgen, is al een eerste verschil. Bovendien worden de tonen niet behandeld als noten. Ik bedoel hiermee dat de klank niet gereduceerd wordt tot zijn toonhoogte, die dan een strikt symbolische waarde krijgt. De klank is in de eerste plaats klank, geluid. Er wordt met de kleur ervan gespeeld, met de aanzet, met de afronding ervan, en we horen allerlei kleine buigingen in de toonhoogte (zgn. micro-intervallen) .
-Wordt er met deze zinnen een groot verhaal opgebouwd, of komt hun bestaan elk op zich, hier en nu, op de voorgrond? Worden ze misschien eerder naast elkaar geplaatst, als een paar bloemen in een vaas, die ergens wel een geheel vormen, maar geen gesloten, dwingend geheel, maar een dat verschillende vormen kan aannemen, terwijl de bloemen centraal staan en steeds zichzelf blijven?
-Er is misschien wel een zekere toename van beweging, maar die is eerder een organisch, natuurlijk groeien dan een retorische opbouw.