Het vele en het ene.

Jaren geleden al, op het eind van de vorige eeuw, besefte ik dat de muziek die mij boeide, fascineerde en motiveerde, gezien kon worden doorheen de visie uitgedrukt in het gedicht Sandokai van de achtste -eeuwse Chinese zenmeester Sekitō Kisen. 1

Het wonderlijke van dit gedicht, waar ik eindeloos naar verwijs in mijn onderricht, ook als het niet over muziek gaat, is dat alleen al de titel ervan een compacte samenvatting is van het hele gedicht.

San: letterlijk drie, maar hier is het veel, het relatieve, de manier van kijken doorheen het denken, die dat wat is verdeelt in ontelbare verschijnselen.
Do : het Chinese Tao of Dao: het ene, het absolute, dat wat is voor het door het denken onderverdeeld wordt.
Kai: harmonie, het samenvallen. Veelheid en eenheid, relatieve en absolute staan niet tegenover elkaar, maar zijn als de twee zijden van één medaille. Ze hebben beide hun plaats en functie, en bestaan niet op zich maar zijn eveneens ongescheiden.

“Gehecht zijn aan dingen (alleen het vele zien) is begoocheling” zegt Sekito,
“De werkelijkheid begrijpen (het ene zien) is nog geen ontwaken”.

Pas wanneer de tegenstelling tussen beide doorzien wordt, is er sprake van een volwassen spiritualiteit. Dat is een fundamenteel Sotozen-onderricht, dat de grenzen van de zen overstijgt en ook in de ultieme dimensie van andere tradities onderkend wordt.

De muziek waar ik het over heb, is degene die in overeenstemming is met deze visie. De muziek die het ene en het vele integreert. Ik kan me voorstellen dat dat op het eerste zicht een nogal abstract idee is. We zullen echter voorbeeld na voorbeeld zien dat het heel concreet is. Geef het wat tijd, en luister vooral, intuïtief, in volle overgave naar de muziek.

San: Muziek kan overwegend als een taal functioneren, als een gedachtegang, dat is de wereld van het vele.

Do: Ze kan ook bijna louter klank zijn, grotendeels ontdaan van conceptualisering.

Kan: Maar pas echt interessant wordt het wanneer ze deze beide visies in evenwicht houdt en integreert, alsof we simultaan met één oog de veelheid zien, en met het andere het ene.

Zoals we ook in onze zazenbeoefening denken en niet-denken integreren in dat wat voorbij denken en niet denken ligt. Zoals we ook in onze zenbeoefening heldere vertrouwdheid met de ware natuur integreren met al onze dagelijkse bezigheden als mens. Zoals we tegelijk een individu zijn, als alles wat er is – en niets van dit alles.

Merk op dat ik hierboven schreef: “overwegend als een taal”; en “bijna louter klank”; want ik denk dat zo’n zuivere extremen in de praktijk niet bestaan. Er is altijd een zekere vermenging, een  mate van integratie van beide, zoals ook het leven zelf altijd een vermenging is van beide.

Natuurlijk zijn er meerdere manieren om de relaties tussen spiritualiteit en muziek te onderzoeken, maar het ‘Vele én ene’-model is het basismodel dat we hier zullen gebruiken. Hoe diep dit model ook bevestigd werd door mijn daaropvolgende praktijk als zenbeoefenaar en componist (ondertussen  een kwarteeuw): zelfs dit zie ik niet als een ultieme, absolute waarheid, maar als een nuttig hulpmiddel, waar we handig gebruik van maken, zonder ons eraan te hechten.

  1. Ik gebruik, zoals in onze traditie de gewoonte is, de Japanse versie van zijn naam, en de Japanse naam van zijn gedicht. In het Chinees heette hij Shitou Xiqian (石頭希遷); zijn gedicht de Cantongqi.