https://open.spotify.com/album/2FupVPugsrfRvt3Mm4Q9Cv?si=uymDybZJTL-zzEeKrm84mg
Kannon’s Pillow is een suite voor piano in zeven delen, uitgevoerd en opgenomen door Veerle Peeters. Ze werd aan het publiek voorgesteld met een concert in Rosario te Bever bij Geraardsbergen in februari 2012. KLARA toonde van in het begin veel belangstelling voor deze muziek; ik mocht ze live in de studio voorstellen, en gedurende ruim tien jaar werd ze regelmatig uitgezonden.
Met Kannon’s Pillow knoopte ik in 2010 weer aan bij twee stukken geschreven rond de eeuwwisseling. Ze werden met vijf nieuwe, bijpassende werken uitgebreid tot een avondvullend programma. Dit betekende het einde van mijn polyfone periode. Ik legde me de volgende zeven jaar toe op pianomuziek, waarbij ik de piano met haar lang vibrerende snaren zag als een sonore vijver waar af en toe een steen in gegooid wordt; en waarin de golven op het oppervlak zich met elkaar vermengen, vooraleer weer tot rust te komen. Klank en stilte, doen en laten zijn, spreken en luisteren, in voortdurende overgang, in eindeloze harmonie. Deze nieuwe attitude verving de polyfonie als strategie om een muziek te maken die bevrijd was van haar strikte grammatica, van het al te rationele denken in tonen, en een grote openheid opriep in zichzelf en in de luisteraar.
De titel Kannon’s Pillow verwijst naar een klassieke zen-kōan over Kannon/Avalokiteśvara, de bodhisattva van het mededogen, die dikwijls met vele handen en ogen afgebeeld worden om zijn/ haar mededogen weer te geven. 1
Ungan vraagt aan Dōgo:
“Hoe gebruikt de bodhisattva van het grote mededogen zijn vele handen en ogen?”
Dōgo antwoordt:
“Zoals iemand midden in de nacht met zijn hand achter zich naar zijn hoofdkussen tast.”
Met andere woorden, het mededogen manifesteert zich zonder langs het denken te passeren, maar in een natuurlijke, automatische reflex. Het is niet vanuit een plichtsgevoel dat we onderhouden in onze herinnering, met ons verstand; het is een diepere intuïtie die er altijd al was maar bedekt werd door de illusie van gescheidenheid.
Dit nachtelijke beeld associeer ik met hoe meester Sekito in het tweede deel van zijn Sandokai het duister bekijkt: in een duistere kamer zien we geen onderscheid, is de onderscheid makende geest niet actief, en realiseert zich vanzelf de ongescheidenheid. Het is pas wanneer we het licht van het denken aansteken, dat we verblind worden door de tienduizend dingen – vandaar ook de ondertitel van het laatste en langste deel: nocturne.
De cover toont een werk van Kazuaki Tanahashi, dat hij me cadeau gaf bij de première van de Sandokai concerten. Het geeft voor mij exact de sfeer van het hele album weer: een gloeiende, vurige aanwezigheid stralend in het donker.
Voor de opnames (augustus 2011) gebruikten we een Steinway concertvleugel, afkomstig uit de grote concertzaal Henry Le Bœuf van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel.
Tijdens de live concerten gaf ik het publiek de raad, rechtop te blijven zitten in een alerte houding. De uitvoeringen hadden geen pauze.
(Voor verdere informatie: zie Interview met Luc De Winter – ABZE – Association Bouddhiste Zen d’Europe)
The Regarder of Sound.
De muziek van Kannon’s Pillow inspireerde filmregisseur en zenmeester Konrad Macquestieau tot een kortfilm met de titel The Regarder of Sounds. Het gegeven van de muziek, en van het mededogen combineerde hij op verrassende wijze met zijn eigen, poëtische en symbolische visie op de bedrijvigheid in een luchthaven. De opnames gebeurden in juli 2013, onder andere op de luchthaven van Zaventem. De film ging op 22 december 2013 in première in Cinéma Galeries te Brussel; in 2014 werd hij onder meer vertoond in De Roma in Antwerpen en het EYE Filmmuseum in Amsterdam.
- Je vindt deze koan terug in klassieke verzamelingen het Boek van Sereniteit (nr. 54) of de Blauwe Rots (nr. 89). Dogen spreekt erover in het hoofdstuk Kannon van zijn Shobogenzo.