Johann Sebastian Bach, Partita nr. 2 in d, BWV 1004: Chaconne (ca 1720)
Viktoria Mullova, barokviool (2009)
https://open.spotify.com/track/6y2y3ZAp5vjo9HPYu2s8IU?si=a38ef142181b47ca

Chaconne.
Waarom is Bachs chaconne niet alleen het populairste stuk uit zijn sonates en partita’s, maar zelfs het bekendste werk voor viool solo uit de hele muziekgeschiedenis?

Minstens een van de redenen is dat het een chaconne is.

Wat is een chaconne?

Een chaconne (Frans; Italiaans: ciaccona) is, eenvoudig gezegd, een muziekstuk waarin een korte reeks akkoorden steeds herhaald wordt terwijl er steeds nieuwe melodieën uit deze akkoorden voortkomen.

Mantra.
Wanneer je een muzikaal gegeven van enkele akkoorden, van enkele maten niet gebruikt als uitgangspunt om er andere gegevens aan toe te voegen, maar het simpelweg herhaalt, dan ontstaat er geen muzikaal verhaal. Het blijft simpelweg een herhaalde formule, zoals we die al tegenkwamen in de repetitieve muziek. Zo’n herhaalde formule kan je beschouwen als een muzikale mantra.

Een mantra is een formule van één of meerdere klanken of woorden die je voortdurend herhaalt bij wijze van meditatie. Hij is het object waar je je aandacht op richt. De mantra neemt de plaats in van je gebruikelijke discursieve denken. Zelfs wanneer het een betekenisvolle zin is, wordt er niet verder nagedacht over die zin; hij wordt simpelweg herhaald. De oorspronkelijke betekenis van de woorden transformeert zich in de herhaling.

Zo’n muzikale mantra is heel gelijkaardig. Hij laat elk muzikaal verhaal los.  Hij gaat nergens naar toe, maar verblijft gewoon in het nu. Er is een zekere beweging, maar die loopt in een cirkel. Misschien nog meer dan een mantra in woorden, heeft een herhaalde reeks noten of akkoorden een bijzondere aantrekkingskracht op de menselijke geest: de aandacht gaat er gemakkelijk naar toe. Het effect van een muzikale mantra op onze geest is dan ook vergelijkbaar met dat van een mantra in woorden. Hij nestelt zich in de geest, waardoor die elke gedachtenconstructie loslaat. Wanneer we daarvoor openstaan, kan hij ons spontaan tot een direct ervaren brengen; het directe ervaren waarin er geen onderscheid onderhouden wordt.

De chaconne als integratie van het ene en het vele.
Daarom heeft zo’n muzikale mantra voor mij dezelfde rol in een compositie als de liggende basnoot of ison: het aanwezig stellen van het ene, niet als symbool, maar als een direct ervaren (zie Muziek en Ontwaken III. Het Sandokai principe).

De steeds andere melodieën die vanuit deze herhaalde formule ontstaan, komen overeen met wat we het vele noemden. Maar hun verhaal is gebaseerd op de ene, herhaalde, en dus tijdloze formule, waar ze uit voort komen. De tijdloze formule en de steeds andere melodieën erboven zijn niet gescheiden. Zo is de chaconne echt een schoolvoorbeeld van het Sandokai principe.

Bach gaat zoals steeds een paar stappen verder dan zijn tijdgenoten, zowel op gebied van ingeniositeit als van pure muzikale inspiratie. Zo zal je bijvoorbeeld -waarschijnlijk onbewust, tenzij je een getraind musicus bent – horen dat het patroon van akkoorden niet steeds letterlijk herhaald wordt, maar allerlei kleine variaties vertoont. Denk aan de bladeren van een boom, die dezelfde vorm hebben maar allerlei kleine verschillen vertonen. Ook op dat niveau dringt de integratie tussen het ene en het vele door.