Het spectrum van vormen in onze solitaire beoefening.
De collectieve beoefening is onmisbaar als permanente voedingsbodem voor onze solitaire beoefening, waarmee ik de beoefening los van de sangha bedoel; deze kan letterlijk alleen gebeuren, dan wel in aanwezigheid van anderen als huisgenoten, vrienden, collega’s, cliënteel, voorbijgangers of wie dan ook. Thuis, op het werk of elders. Ook hiervan geef ik een aantal voorbeelden, in de volgorde van eerder vormelijk tot vormeloos.
Zazen thuis.
Zazen thuis beoefenen op de dagen waarop je niet naar de dojo komt is sterk aan te bevelen. Niet alleen om je zitbeoefening dagelijks voort te zetten, maar ook om je zenpraktijk in te planten en wortel te doen schieten in je thuissituatie. Zo is het thuis zitten een belangrijke schakel in het doortrekken van je dojo-praktijk naar je dagelijkse leven, bij alles wat je doet of beleeft, de klok rond.
Interessant is ook het feit dat je zelf bepaalt welke vormen je gebruikt bij het thuis zitten. Ik raad wel aan om naast de houding zelf ook het groeten van je kussen, het inzwaaien van links naar rechts en het opnieuw groeten te behouden, omdat dergelijke elementen een hulp zijn om de geest van zazen op te roepen. Het is ook aan te bevelen in de mate van het mogelijke steeds dezelfde plaats in je woonst te gebruiken. Of je nu je kussen voor een muur, verwarming of een (liefst gesloten) kast in je woonkamer legt, dan wel een eigen ruimte voorziet voor zazen: die plaats wordt dan geassocieerd met je zitbeoefening.
Voor de rest ben je vrij. Sommigen hebben graag een soort altaartje, of een Boeddhabeeld. Anderen dan weer niet. Alles wat helpt is bruikbaar. Experimenteer gerust, wees creatief; en observeer wat het doet.
Spontane rituelen.
Het is een heel goede strategie om stapsgewijs steeds meer activiteiten en momenten bewust in te lijven in je zenpraktijk. Mogelijk ontstaan hierbij spontaan rituelen. Een voorbeeld is de manier waarop ik mijn ontbijt van yoghurt met appel eet. Door de tijd heen is de aandachtige manier waarop ik dit voorbereid en eet tot een soort ritueel uitgegroeid. Geen ritueel dat bedacht is, maar spontaan ontstaan; doordat natuurlijkerwijze gekozen wordt voor de meest eenvoudige en effectieve werkwijze.
Eerst haal ik in de keuken een kom, die staat het verst. Bij mijn terugkeer neem ik in een lade een snijplank, lepel en mes. Hiermee ga ik naar de woonkamer; de snijplank met het mes ernaast leg ik aan de rand van de tafel, de kom met lepel rechts daarachter. Vervolgens ga ik terug naar de keuken om de yoghurt uit de koelkast te halen, en één grote of twee kleine appels te nemen. De appels snij ik op de gebruikelijke manier in vieren, schil de partjes, en snij ze daarna in blokjes, die in de kom gaan. Als de appels gesneden zijn, gaat de yoghurt erover en eet ik mijn ontbijt. Ik zou nog veel kleinere onderdelen van dit proces kunnen beschrijven, maar dat is hier niet van belang. Het gaat erom, hoe op een vanzelfsprekende manier zich een min of meer vaste procedure heeft gevormd, die heel geschikt is om in uiterste aandacht uit te voeren. Hoe meer je vertrouwd wordt met een vaste werkwijze, hoe meer de kleine verschillen duidelijk worden.
Voor een buitenstaander die me bezig zou zien, is er geen sprake van een ritueel. Al wat je ziet is gewoon iemand die ontbijt. Het is dus geen expliciet zen-gebeuren, waarbij ik gebruik maak van een altaar, een boeddha, buigingen of wat dan ook. Het is gewoon de praktijk van het leven van alledag. Het is wel een vorm, maar nogmaals: een die organisch ontstaan is, en geen specifiek boeddhistische “kleur” heeft.
Een dergelijke vorm heeft, voor alle duidelijkheid, niets te maken met dwangmatigheid. Wanneer ik onrustig of angstig zou worden wanneer er iets anders loopt dan verwacht (stel dat de appel bij het snijden van binnen rot blijkt te zijn en ik een andere moet halen, of dat er iets op de grond valt), dan is er sprake van een vastklampen aan procedures, en niet van bevrijding. Maar tijdens het voorbereiden en eten van dit ontbijt is er alleen openheid. Elke appel is trouwens anders! En elke afwijking die zich aandient, wordt met een glimlach aanvaard en beleefd. Het ritueel is trouwens niet vastgelegd, maar evolueert ook – het is een open vorm. Dat is het verschil tussen zenbeoefening en dwangmatig handelen.
Spontane vormen kunnen ontstaan bij heel wat activiteiten. Tanden poetsen, schoonmaken, koken, noem maar op. Stel dat we onze handen wassen. Dat is zo’n eenvoudige handeling, dat er misschien zo goed als geen vorm ontstaat. Maar je kan ze met grote aandacht uitvoeren, waarbij je een minimum aan water verbruikt en de handdoek ordelijk en geduldig ophangt.
Vormeloze beoefening.
Zo komen we tot wat ik “vormeloze beoefening” zou noemen. Wat is het verschil met geen beoefening? Het verschil is aanvankelijk dat we nog altijd een bepaalde activiteit, meestal met een min of meer bepaalde duur, bewust gaan beschouwen als beoefening. Naar ons werk of naar de winkel gaan, te voet, met de fiets, het openbaar vervoer of de auto. Eender welk traject afleggen. Groenten snijden. Koken. Eten. De vuilbakken buiten zetten. Repetitieve handelingen met enige duur zijn goed om mee te beginnen omdat je dan de tijd hebt “erin te komen”. Opnieuw gaat het hier dus om een kader, eerder dan om een vorm.
Maar je kan je ook voornemen om van nu af aan elke lichtknop die je aan of af zet, bewust in te drukken. Elke keer je een andere kamer van je woonst binnen gaat, die stap over de drempel bewust te zetten. Zelfs elke stap die je zet in je woonst, met aandacht te doen. Elke keer je een voorwerp opneemt en verplaatst, te voelen dat je dat in je handen hebt.
Stap voor stap kunnen we zo ons dagelijkse leven “inpolderen”, zoals ik dat noem. Steeds nieuwe domeinen transformeren in beoefening: zoals we een stuk van de zee kunnen afbakenen en transformeren tot land.
Grenzeloze beoefening.
Zo komt er na een tijdje een moment waarop je begint te letten op die activiteiten en momenten, die je nog niet aan het kader van je beoefening had toegevoegd. Bijvoorbeeld de momenten waarop je van één activiteit naar een andere overschakelt; waarop je TV kijkt; waarop je twijfelt over iets. Verlies geen enkel moment.
Op die manier komen we ertoe op elk moment te beoefenen. Je ontdekt dan dat zenbeoefening inderdaad voortdurend kan doorlopen, en dat dat zelfs heel vanzelfsprekend is. Ook tijdens momenten die volledig vormloos, volledig structuurloos zijn. Het beoefenen van een vrije open geest wordt uiteindelijk je standaardmodus. Niet dat er geen afdwalen is; niet dat er nooit sufheid, onrust, weerstand of gehechtheid opkomt. Maar je normale manier van functioneren wordt die vanuit aandacht. Een aandacht die zich gaandeweg verdiept tot heldere vrijheid. De ongescheidenheid wordt opnieuw, na lange omzwervingen, je thuis. Je thuis dat je eigenlijk nooit verlaten had, tenzij in de droom. En niemand is thuisgekomen.
Maar wat dan ook duidelijk blijkt is dat deze doorlopende en dikwijls vormeloze beoefening wordt gevoed door de meer vormelijke momenten, en deze meer vormelijke momenten gedragen worden door je zazen thuis, en je zazen thuis geïnspireerd door je zazen in de dojo… Het hele spectrum van vormen “werkt samen” zouden we kunnen zeggen, maar is eigenlijk simpelweg één continue beoefening, die zich manifesteert op verschillende manieren.
Luc De Winter, 5 juli 2025.