3. Thuiskomen

Wat gebeurt er precies wanneer die illusies doorprikt worden?

Dat ligt voorbij de taal, alhoewel er wel degelijk regelmatig wordt geprobeerd om hierover toch iets over te brengen via woorden. In de Soto zen doen we dat niet graag omdat het dikwijls eerder tot misverstanden leidt. Mensen gaan zich al gauw hechten aan de woorden die bedoeld zijn om voorbij de woorden te wijzen. Vandaar het oude gezegde in de zen:

“ Kijk niet naar de vinger die naar de maan wijst!”

De maan staat symbool voor de verlichting. De vinger die wijst zijn de woorden van de leraar, of eventueel andere uitdrukkingsvormen. De bedoeling is dat je de maan vindt! Als je je nu gaat fixeren op de woorden dan mis je compleet waar het om te doen is!
Maar dan nog gaat het vooral om woorden die je willen leiden naar verlichting, niet zozeer om een beschrijving van verlichting. Want dan zet je dat wat concepten overstijgt om in een concept… en dat is voor niets goed. Daarom dat verlichting eerder voorbij woorden uitgedrukt wordt: in handelingen, spontane en meedogende handelingen. Of met kunst, muziek, poëzie.

Voorbij woorden… klinkt geheimzinnig…

Het is niet omdat het niet in woorden kan gevat worden, dat het daarom iets mysterieus, iets heel speciaals of magisch is! Iets “Spiritueels” uit een andere dimensie! Die andere wereld is heel gewoon deze wereld, dit bestaan. Niets van wat je elk moment ervaart kan je echt in woorden vatten! Als je zegt “ik adem in” dan gaat er bij iemand anders een belletje rinkelen en begrijpt die vanuit zijn eigen ervaring hoe het voelt om in te ademen. Alleen omdat die ander het zelf ervaren heeft weet die waar de woorden naar verwijzen. Maar stel je voor dat je aan een niet-ademend wezen van een andere planeet (dat weliswaar een beetje Nederlands spreekt) met woorden moet uitleggen hoe het voelt om in te ademen – aan iemand die geen longen heeft, geen zuurstof gebruikt, en misschien zelfs geen tastzin heeft! Dat gaat niet. Op dezelfde manier kan je het verschil tussen rood, geel en blauw niet uitleggen aan iemand die volledig kleurenblind is. Of hoe het is om geluid, laat staan muziek te horen aan iemand die doof geboren is.

Is kleur zien of geluid horen iets mysterieus? Het zijn heel vanzelfsprekende ervaringen voor de meeste mensen. En toch zal je merken dat, wanneer je vrijer bent van de concepten en de levende ervaring meer op de voorgrond treedt door intense dagelijkse zenbeoefening, het leven anders wordt. Alles wordt nieuw, steeds weer. Het leven kent geen verveling meer; verveling is een product van het denken. Hoe kan bestaan vervelend zijn? Het verstand zal dat misschien vertolken in een soort van verwondering en dankbaarheid, maar zelfs dat zijn nog concepten. Wat overblijft is een volledige intimiteit, een thuis zijn, een wegvallen van gescheidenheid.

Dat is dan toch een effect waar je over kan spreken?

Zeker, je kan over de effecten spreken. Die zijn er duidelijk. Tenminste: op één voorwaarde, namelijk dat de verlichting stevig in je leven geïntegreerd wordt. Dan zal je leven grondig getransformeerd worden. Alles wordt nieuw, zoals ik al zei. Beslommeringen over verleden en toekomst verliezen hun kracht, je te neer te drukken. Je neemt de gebeurtenissen niet meer persoonlijk, voelt je geen slachtoffer meer van omstandigheden en geen auteur meer van successen. Het leven vloeit. Alles gebeurt gewoon. In de geest komen gedachten en emoties vlotter op en gaan ze ook vlotter voorbij. Daardoor worden ze helderder en krachtiger beleefd, en tegelijk wordt je er minder door belemmerd, ben je er niet meer door gehinderd – omdat je je er niet meer compleet mee identificeert. Het leven wordt kleurrijker. Je wordt geëngageerder, maar voelt je tegelijkertijd vrijer. Zo kunnen we een hele tijd doorgaan – maar misschien is nog het meest belangrijke: de gevoelens van vrede en vreugde, die niet afhankelijk zijn van omstandigheden.

Ik begrijp niet goed hoe al die verschillende veranderingen voortkomen uit dezelfde oorzaak…

Dat is omdat je de samenhang niet ziet. Het is allemaal heel logisch en natuurlijk. Eens de illusie van gescheidenheid sneuvelt, is er een grote rem die wegvalt. Maar denk niet dat dan plots alles loopt zoals “ik” het zou willen! Zo wordt het door sommigen al eens voorgesteld, maar dat is wat mij betreft een soort spiritueel materialisme, “New Age” toestanden. Niet dat dat iets nieuws is!
Kijk maar naar het geloof van ontelbare traditionele boeddhisten. Zij vertrouwen erop dat deugdzame, zelfloze handelingen op een later moment materiële welvaart zullen opleveren. Dat is natuurlijk puur materialisme, een ruilhandel – en zo’n geloof heeft niets te maken met ware spiritualiteit, met werkelijk loslaten, met authentieke realisatie… Het is een geloof dat afgeleid is van het feit dat, wanneer je open en vrijgevig in het leven staat, je gelukkiger zal zijn. Dat lijdt geen twijfel natuurlijk. “Wie goed doet, goed ontmoet” is een diepe waarheid – maar maak er geen commerciële slagzin van.

Het is eerder zo, dat je niet meer de slaaf bent van allerlei verlangens en van de eisen die je voortdurend aan het bestaan stelde. Trouwens, wie zou die slaaf zijn? Het is juist degene die iets wil, die doorprikt wordt! Dat is de innerlijke revolutie, waar elke volwassen spirituele traditie het over heeft. “Niet mijn, maar Uw wil geschiede” zeggen ze in het christendom. Wanneer “mijn wil” aan eisende kracht begint in te boeten, of zelfs plots wegvalt, omdat het ik-gevoel doorprikt is, dan gebeurt inderdaad gewoon “Uw wil”: dat wat er is, dat wat er gebeurt. Zo simpel is het. Maar elke grens tussen “mij” en “U” is dan weggevallen – ondertussen is wel duidelijk geworden dat die nooit echt bestaan heeft… en dat geldt eveneens voor het onderscheid tussen “Uw wil” en “mijn wil”.

Weet goed dat al die formuleringen in woorden maar tijdelijke hulpmiddelen zijn, om iemand die overtuigd is van zijn aparte, zelfstandige bestaan als “ik”, te confronteren met deze catastrofale overtuigingen, en om hem of haar ertoe te brengen in beweging te komen, en de uitgang te vinden uit de patsituatie. Taal veronderstelt van bij het begin dat er een “ik” is en een “jij”. Als relatief gegeven is dat ok, het is handig om ons uit elkaar te kunnen houden. Maar wanneer we willen onderzoeken wat we echt zijn, wat onze werkelijke natuur is, dan voldoen deze termen niet meer. We kunnen dan onze toevlucht nemen tot een aangepaste taal die correcter tracht weer te geven wat er werkelijk gebeurt, bij voorbeeld: “Er is een hongergevoel. Er is geen identificatie met het hongergevoel. Het hongergevoel kan best beantwoord worden met eten, want er is de gedachte dat het goed is, te luisteren naar het lichaam. Er komt een verlangen naar een glaasje wijn op. Er is een zekere identificatie met dat laatste verlangen, en tegelijk is er het gevoel dat dat wel ok is. Anders zou er een te grote gehechtheid aan onthechting zijn. Het vooruitzicht aan het glaasje wijn veroorzaakt een goed gevoel. Het is tegelijk een slecht gevoel, want het veroorzaakt een spanning tussen dat wat is en dat wat verwacht en verlangd wordt… ”

Alhoewel dergelijk taalgebruik wel zijn nut kan hebben (pas er wel mee op tegen wie je zo’n dingen zegt, je maakt misschien al meer dan vaak genoeg een rare indruk op de mensen) blijft het nog altijd taal. Zelf zal ik bijna steeds de klassieke formulering gebruiken “Ik heb honger en zin in een glaasje wijn bij het eten.” Maar waar de meeste mensen dat zeggen vanuit een niet in vraag gesteld zelfgevoel, zeg ik dat – of zoals je wil, wordt dat hier gezegd vanuit een doorprikt zelfgevoel. Dat is iets helemaal anders.

Hoe moet ik daaraan beginnen? Wat kan ik doen?

Zoek een leraar, en beoefen. Wacht niet. Het leven is kort, korter dan je denkt.
Zoals de grote Japanse zenleraar Dogen zei in de 13e eeuw:

Gewone mensen zijn zij die zich illusies maken over verlichting.
Boeddha’s zijn zij die hun illusies verlichten.

Moet ik de filosofie van de zen bestuderen?

Nee. Vergis je niet, het doorprikken van de illusies is als ontwaken uit een droom.

Ga je ontwaken uit een droom omdat je in je droom een boek leest dat zegt dat je eigenlijk in je bed ligt te slapen? Het is niet uit te sluiten, maar in de praktijk is dat zelden het geval. Je wordt wakker door iets in het echte leven: het geluid van de wekker, iemands stem, een geluid, het licht. Mogelijk geeft je lichaam aan dat het tijd is om wakker te worden. Al die dingen zijn geen theorie, geen filosofie, geen nieuwe droombeelden die we toevoegen, maar de directe ervaring van de levende werkelijkheid. Zo ook is het ontwaken uit de illusies een kwestie van je open te stellen voor de levende stroom van zijn en te zien, eerder dan te begrijpen, dat het denken en de concepten die we hebben maar verschijnselen zijn onder andere waargenomen verschijnselen. We zijn het denken niet. We hoeven dat wat het denken vertelt, niet voor waar te nemen.

Maar hier veronderstel ik weer dat je spreekt voor mensen die psychisch stabiel zijn, want…

Zeer juist. Het gaat hier om het beoefenen van totale helderheid. Totale wakkerheid. Totale nuchterheid. Het doorprikken van het denken heeft niets, maar dan ook niets te maken met het voeden van ideeën van paranoia, of met het cultiveren van waanbeelden of fantasieën van welke aard ook.

Laat ons nog eens terugkomen op het beeld van het denken als eiersnijder. Het gaat er niet alleen om dat het denken evenals de eiersnijder maar een heel beperkte functie heeft. Er is ook nog een diepere overeenkomst: zowel onze eiersnijder als het denken kunnen alleen maar iets versnijden, opdelen. Vergeet niet dat het denken altijd de werkelijkheid opdeelt in stukjes. Evenmin als je met de eiersnijder van een gesneden ei weer een heel ei kan maken, kan je met het denken de eenheid terug realiseren. Je gaat alleen maar concepten toevoegen. De uitnodiging bestaat erin, te ontwaken uit de dictatuur van het conceptuele denken.

Een gesprek als dit kan zijn nut hebben, maar dat nut bestaat er dan in, dat je gemotiveerd wordt om in actie te treden. Erover gaan denken heeft geen zin. Erover gaan lezen heeft al evenmin zin. Wat heeft wel zin? Zazen beoefenen onder leiding van een leraar, op een regelmatige basis. Ertoe komen om op elk moment van de dag, bij alles wat je doet, helder te observeren. Van wakker zijn, echt wakker zijn, je beoefening maken. Telkens weer ophouden, op te gaan in de verhalen die het denken je vertellen. Een degelijke beoefening van zazen maakt dit mogelijk. Zazen is de beoefening van de verlichting, van het belichten van de illusies, zoals Dogen het beschreef.

Denk nu niet dat ik alles gezegd heb. Ik wijs enkel in de richting waarin je je zou kunnen begeven. Ik wijs gewoon naar de deur, waar je naartoe kan gaan. Als je daar bent, zal je er wel door gaan. Indien nodig geef ik nog wel een trap onder je achterwerk. Meer kan en moet ik niet doen. Ik wijs naar het glas, maar je moet het zelf naar je mond brengen, je moet zelf drinken. Dat is de uitnodiging. Wanneer je de uitnodiging niet aanneemt is dat ook zo.