Wanneer we ons hebben overgegeven, geabsorbeerd in de beoefening, dan is er niet langer aan de ene kant een beoefenaar en aan de andere kant een beoefening. Dan is er niet langer iemand die ademhaalt en een ademhaling. In de absorptie zijn deze grenzen opgeheven. Er is enkel ademen. Er is enkel zazen dat zazen beoefent, met andere woorden, het weefsel van het diepe bewustzijn dat ons bestaan op dit moment leidt.
Wanneer we Dat zijn gang laten gaan, kan ook ons dagelijks leven geleid worden door het weefsel van het diepe bewustzijn, in plaats van door de dualiteit, door het proces van de dualiteit. Ons toevertrouwen aan de beoefening betekent ons, doorheen deze overgave, door de beoefening laten transformeren. Ons transformeren in de zin van ons bevrijden van deze overtuiging, van dat idee dat we alleen maar een ik zijn, een afgescheiden en autonome identiteit die zich enkel bevindt binnen de ruimtelijke grenzen van het lichaam. Deze grenzen die ook het geloof in de gescheidenheid bepalen, de gescheidenheid van dat wat waargenomen wordt, of het nu een menselijk wezen, dan wel de levende werkelijkheid is.
Je toevertrouwen aan de beoefening betekent het besef laten rijzen dat dat ik, die identiteit niet substantieel is, maar onderling afhankelijk met alles wat er is. Vanuit dit besef kan een diep inzicht opkomen dat de grenzen, de gescheidenheid tussen de anderen mij, tussen subject en object een illusie zijn. Uit dit intuïtieve begrip dat we niet-twee zijn, kan de onvoorwaardelijke liefde opkomen, en al die kwaliteiten die inherent zijn aan alle wezens, als mededogen en welwillendheid. Juist omdat het een inherente werkelijkheid van het wezen is, kan het zich realiseren. Deze inherente kwaliteiten als liefde, mededogen en welwillendheid die oprijzen doorheen dat intuïtieve begrip van de ongescheidenheid, de onverdeeldheid, zij zijn de weg van de bodhisattva. Dat is de dragende structuur, dat is de rode draad in het weefsel van een Sangha. Daarom is de Sangha een van de Drie Schatten. Het weefsel van het diepe bewustzijn is liefde en vreugde, wijsheid en vrede.
De meesten van ons leven aan de oppervlakte, te midden van de golven. We begrijpen niet, we beseffen niet dat liefde, vreugde, wijsheid en vrede in onszelf te vinden zijn. Op het spirituele pad is het essentieel je open te stellen voor het feit dat geen enkele externe omstandigheid ons die liefde, die vreugde, die wijsheid, die vrede kan geven, of ons in staat kan stellen deze diepgaand en duurzaam te ervaren.
Het weefsel van het diepe bewustzijn is dat wat we in de zen, of toch in de Japanse terminologie, het hishiryo bewustzijn noemen. Het bewustzijn dat noch aan vorm, nog aan geen-vorm gehecht is. Het bewustzijn dat noch aan het denken, noch aan het niet-denken gehecht is. Het bewustzijn dat noch aan het ego, noch aan het niet-ego gehecht is. Het bewustzijn dat noch aan de wereld van de verschijnselen, noch aan de leegte gehecht is. Een van de voordelen, een van de essentiële geschenken van de spirituele praktijk van zazen is dat het een open deur naar dit bewustzijn is. Daarom is het belangrijk je toe te vertrouwen aan deze beoefening. De beoefening die ons toelaat te beseffen wat we altijd al waren. De beoefening die toelaat dat de intelligentie van het hart zich realiseert in ons, en dat we zien dat dit licht nooit opgehouden is te stralen. Het zingen van wat Wanshi de stille verlichting noemde.[1]
Het zingen van de stille verlichting, het zingen van de spirituele beoefening van zazen, niet alleen de zazen waarbij we tegenover een muur zitten, maar de zazen waarin lichaam en geest ongescheiden zijn. Het lied van de beoefening van zazen weerklinkt op elk moment van ons bestaan. En dat is belangrijk, want als we geen werk maken van bewustzijn, van aanwezigheid, in onszelf, bij anderen, in de wereld, is de kans zeer groot dat een dag, of zelfs een heel leven, niet meer dan een opeenvolging van mechanische reacties is. Zorg er dus op dit moment voor dat elk deeltje van jezelf betrokken is bij de beoefening, dat wil zeggen betrokken is bij de levende werkelijkheid van elk moment. Zorg ervoor dat je de vastberaden intentie cultiveert om intens aanwezig te zijn. Intens aanwezig zijn betekent het kostbare parfum van de Weg zich laten verspreiden op elk moment van ons bestaan.
Dit kostbare parfum dat begin noch einde heeft. Dit kostbare parfum dat noch door geboorte, noch door uitdoven bepaald wordt. Dit zoete parfum van de Weg, deze kostbare geur van de Weg die alleen maar is. Laten we dus, of het nu in de beoefening van zitmeditatie is of in de verschillende verschijnselen die we in het dagelijks leven kunnen tegenkomen, de diepte van de oceaan zijn die niet wordt verstoord, die op geen enkele manier wordt beïnvloed door de golven die zich aan het oppervlak vormen en weer verdwijnen.
Patrick Pargnien
Vertaling: Luc De Winter
[1] Om verwarring te vermijden: Patrick laat zich voor deze treffende dichterlijke uitdrukking inspireren door de titel van het boek “Le chant de l’illumination silencieuse” van Etienne Zeisler, leerling van meester Deshimaru. Hier heeft deze titel echter een andere betekenis: het lied van de stille verlichting, in de zin van de tekst over de stille verlichting. Wanshi zelf noemde zijn tekst over de stille verlichting Mokushōmei, “Inscriptie over stille verlichting”. Bij Zeisler, maar voor zover ik kan zien niet in oude bronnen, wordt als alternatieve titel Mokushōka gegeven, wat inderdaad “het lied van de stille verlichting“ betekent.