De Weg is één. Daarom is de spirituele Weg een Weg van stilte. Want stilte is geen ruimte waarin ongescheidenheid kan bestaan. Stilte is ongescheidenheid.

De spirituele Weg is een Weg van stilte die geen definitie, geen concept is van stilte. Stilte is geen afwezigheid maar aanwezigheid. Ze is intelligentie van het hart, Liefde.

De stilte nodigt ons uit ons mentaal te ontledigen, want het is enkel en alleen dan dat we de eigen kwaliteit van deze stilte kunnen waarnemen. Je ontdoen van het mentale – wat we mentale stilte zouden kunnen noemen– betekent dus ophouden te bouwen, ophouden allerlei soorten ideeën en gedachten uit te werken. Het is je ontledigen van allerlei beelden die door de activiteit van het mentale systeem voortgebracht worden; maar het is meer dan dat.

Het is je ontledigen van alles wat je gelooft, van alles wat je meent te weten over jezelf, alles wat je meent te weten over de anderen, alles wat je meent te weten over de wereld, alles wat je meent te weten over de Spirituele Weg, over Zen. Het is je ontledigen van alle innerlijke onzuiverheden.

De beoefening van zazen, die praktijk van meditatieve absorptie, is geen verzamelen van kennis of van allerlei soorten ervaringen. De diepe betekenis van absorptie is ontlediging. Dat is ook een van de diepe betekenissen van de uitademing tijdens zazen. Die zachte, lange, diepe uitademingen zijn niet beperkt tot het uitademen van lucht. Bewuste aandacht voor elke uitademing hebben, is je ontledigen. Dat wil zeggen dat elke volledig bewust gerealiseerde uitademing ons ontledigt van onze verschillende onzuiverheden, van de verschillende gedachten en beelden die opkomen. Het betekent ook dat wanneer deze uitademing ten einde loopt, de energie van deze uitademing ons naar onze basis heeft gebracht, daar waar lichaam en geest stabiel en kalm kunnen zijn. Waar we als lege schalen zijn, klaar om iets te ontvangen, beschikbaar voor het nieuwe van elk moment.

Het is in deze ontlediging, in het hart van deze ontlediging dat de stilte kan opkomen, deze stilte die ons ware thuis is. Er is geen enkele andere plek om te zijn dan in deze stilte.

Vanzelfsprekend hebben we vanuit het relatieve perspectief nood aan een zekere lichamelijke en psychische stabiliteit en veiligheid, aan een dak boven ons hoofd, aan voldoende voedsel… Maar gezien vanuit het zijn, vanuit onze meest fundamentele en diepste werkelijkheid, is er niet één plek om te zijn dan wel in de stilte. Dit verblijven in stilte opent voor ons alle deuren, want in de stilte zijn alle deuren open.

Wanneer we deze kwaliteit van stilte ervaren, waar we ook zijn, waar we ons ook bevinden, dan zijn we thuis.

Het is een vergissing te denken dat er voor de beoefening, dat er om deze stilte te ervaren, gunstige uitwendige voorwaarden vervuld moeten zijn. Want het is de beoefening zelf die voor alle gunstige voorwaarden zorgt, waar we ook zijn, wat de omstandigheden ook zijn. Zo is ons bestaan een weids veld waarin we de Weg kunnen beoefenen.

Zitten, simpelweg zitten (en ik heb het nu niet enkel over zazen), betekent dus je ontledigen van die hele ballast van conditioneringen, gehechtheden en beelden waarmee je je identificeert, en die de oorspronkelijke helderheid van het hart van de geest verduisteren. Wanneer je zo zit is er niets te doen, noch niet te doen, het is enkel maar er zijn. Dit er zijn is niet beperkt tot de zitpraktijk voor een muur: het is de praktijk van ons leven. Elk moment, elke handeling waarin we betrokken zijn is de Spirituele Weg, het heilige van ons bestaan.

Zitten, simpelweg zitten is: volledig aanwezig zijn in elk moment. Of we nu zitten of rechtstaan. Of we nu iets aan het doen zijn dan wel ons ergens toe verhouden. Er zijn. Het is ophouden in je wereld te leven om te leven in de wereld.

Er zijn betekent je toevertrouwen aan de spirituele beoefening van elk moment. Je toevertrouwen aan de beoefening betekent een diep vertrouwen hebben dat het de Weg is die realiseert. Niet ik, niet de identiteit realiseert. Je toevertrouwen aan de beoefening betekent dus je overgeven aan de beoefening zelf.

Het is, zoals Yoka Daishi het uitdrukte, je diep in de bergen begeven.

“Ik begeef me diep in de bergen

waar ik in een kleine hut woon,

onder de grote den met zijn steile kruin,

die zich stort in de afgrond.”

Dat wil zeggen in de diepten.

“Ik zit rustig, zonder zorgen

in mijn nederige stulpje.

Stille teruggetrokkenheid,

serene eenvoud.”

 

Patrick Pargnien
Vertaling Luc De Winter