Niet verblijven.

In de Platformsoetra wordt verteld hoe Huineng als ongeletterde sterk geïnspireerd was door de Diamantsoetra. Zo kwam hij een eerste keer tot ontwaken toen iemand deze soetra reciteerde, en een tweede keer op het moment dat zijn leraar de fameuze uitspraak citeerde ”laat de geest vrij opkomen zonder dat hij ergens op verblijft”. Met andere woorden: zonder je geest zich ergens aan te laten hechten; zonder zich te hechten aan bepaalde woorden, opvattingen of verhalen, maar even goed zonder zich te laten hechten aan woorden, opvattingen en verhalen zonder meer; zonder zich te laten hechten aan wat dan ook. Laat de geest fris en soepel zijn, stromend, beschikbaar. Dit essentiële punt van de Diamantsoetra bekleedt een belangrijke plaats in Huinengs onderricht. 

 

Een nuttig hulpmiddel.

Blijf dus ook niet vasthangen aan het concept van de geest, die beweegt. Staar je niet blind op het idee van het ene, ongescheiden bewustzijn, of welk woord, begrip, concept of identificatie dan ook. Elke term in het onderricht is een uitnodiging om meer beperkte termen te laten vallen, maar het is nooit de bedoeling om je aan een concept te gaan hechten als uiteindelijk doel, dat je bereikt hebt. Een concept kan nooit een uiteindelijk doel zijn, want het ontwaken is juist een ontwaken uit concepten. Wees echter voorzichtig met al te snel de concepten, die je helpen andere concepten los te laten, te willen doorzien. Laat ze hun werk doen, en ervaar vervolgens hoe ook zij oplossen.

 

Zen als wegwerpcultuur.

Dit was ongetwijfeld ook de houding van Huineng in deze discussie. De geest beweegt is een nuttig hulpmiddel, dat helpt om beperktere ideeën los te laten. Achteraf kan het op zijn beurt opgeruimd worden. Hoe vreemd het ook moge klinken, zen is in zekere zin een wegwerpcultuur. De Boeddha vergeleek zelfs zijn hele onderricht met een vlot, dat je gebruikt om een rivier over te steken; aangekomen op de andere oever blijf je het niet op je rug dragen, maar laat je het achter. 

 

Pad zonder einde.

Dat wil niet zeggen dat je het pad van boeddhisme, van zen de rug toekeert wanneer je het “wel gezien hebt”. Nee, het betekent dat je niet blijft vasthangen aan bepaalde middelen tot het ontwaken, wanneer je ze zelf niet meer nodig hebt; maar je gaat ze doorgeven om anderen te helpen. Dat is het mededogen, de bodhisattva-gedachte van het mahayana. Waar je in het begin naar de dojo komt om iets te halen, besef je na een tijd, dat je komt om iets los te laten; in een doorgedreven beoefening voltrekt zich vervolgens een grondige transformatie, en dan blijf je naar de dojo komen en zazen beoefenen omdat dat nu eenmaal passend is voor de Boeddha die je bent, én om de anderen te helpen; het pad eindigt trouwens nooit. 

 

Geen Waarheid.

Het was dus zeker niet de bedoeling van Huineng, hier een vaste, definitieve ontologische Waarheid te verkondigen, die voor eens en altijd verstandelijk uitdrukt hoe de vork nu precies in de steel zit. Je moet zijn woorden zien als een fenomenologische én soteriologische formulering: een formulering die uitdrukt hoe de werkelijkheid ervaren wordt, voorbij het denken, én die helpt het ontwaken te realiseren. 

 

De geest beweegt niet.

Het commentaar dat meester Mumon Ekai eeuwen later in zijn koanverzameling De Poortloze Poort toevoegt, is dan ook dat noch de vlag, noch de wind, noch de geest beweegt. Zo bevrijdt hij ons in een volgende stap van het concept van de bewegende geest, dat zijn werk gedaan heeft.  Tenminste: wanneer we dit onderricht diep hebben laten inwerken, voorbij het denken. Anders wordt het een zoveelste slimmigheidje dat we toevoegen aan onze kennis, en is er van bevrijding geen sprake. Wees gerust dat Huineng dat ook wel zo zag; hij sprak echter tot twee monniken met een beperkt inzicht, die op dat moment een hulpmiddel nodig hadden om alvast een eerste laag van illusies te doorzien.  Mumon schrijft in zijn boek voor een groter publiek van gevorderden en leraars.