De geest.

Welk woord gebruikt de tekst voor geest? Het is het Chinese shin1, 心, dat staat voor geest/hart/essentie. We vinden het terug in de Hartsoetra, de Shingyo, in het woord sesshin, “raken van de geest/het hart”. Wanneer we vertalen door geest, lijkt het voor westerlingen een verstandelijke bijklank te krijgen; vertalen we door hart, dan kan het weer emotioneel overkomen. Het gaat echter, zoals in de klassieke zenformule i shin den shin, van hart tot hart, voorbij het verstandelijke en het emotionele. Shin kan trouwens zowel staan voor een persoonlijke geest, als voor de ongescheiden, overstijgende dimensie van het bestaan. In de  belangrijke tekst Het ontwaken van vertrouwen in het mahayana wordt de term isshin, 一心 gebruikt, de ene geest, in de zin van: de ongescheiden, nonduale geest. Deze ene geest is ook het centrale begrip in het onderricht van de 9e -eeuwse Chinese zenmeester Huangbo. In de Verzen van het vertrouwen in het hart, de Shin Jin Mei, wordt dan weer enkel shin gebruikt, zonder de toevoeging i voor “ene”. Het uitgesproken nondualistische onderricht van deze tekst is echter overduidelijk.

 

Ene geest en leegte.

Betekenen de termen ene geest en leegte2 dan hetzelfde? In zekere zin wel, maar ze leggen elk een verschillend accent. Leegte wijst er vooral op dat de verschijnselen geen apart bestaan, geen apart zelf hebben, en dus niet permanent zijn. Het is een ontkennende (apofatische) term. Ene geest daarentegen is een bevestigende formulering, die vooral wijst op het zijn, op de aanwezigheid. In beide gevallen is het belangrijk je niet te gaan vastklampen aan een nieuw concept, maar de woorden als een poort te zien waar je doorheen gaat. Leegte is bovendien een term die gemakkelijk nihilistisch geïnterpreteerd kan worden, wat een blijvende bron van misvattingen is in het Westen. Observeer helder wat het effect van beide formuleringen is, wanneer je vervolgens voorbij de woorden gaat. Neem daar de tijd voor. Dit is geen verstandelijke tekst over de definitie en interpretatie van termen, die je even leest om te begrijpen. Het is een tekst die allerlei middelen gebruikt om je voorbij het denken te brengen. 

 

De geest beweegt.

Het is dan ook vanuit deze invalshoek dat we de discussie over vlag, wind en geest moeten benaderen. Ze gaat niet om de geest van de ene of de andere monnik, om jouw geest of mijn geest, maar om de ene, ongescheiden geest. Nonduaal bewustzijn, dat niet tegenover de waargenomen verschijnselen staat omdat het er niet van gescheiden is; het ongescheiden bestaan dat er is voor we het verstandelijk en dus virtueel gaan indelen in subject en object ofwel bewustzijn en verschijnselen, en alle verdere conceptuele categorieën als dimensies, tijd, zintuigen, kleuren, vormen, personen, dingen en wat al meer.

Nonduaal bewustzijn is geen nieuw concept om toe te voegen aan je filosofie, maar een woord voor de realiteit die er altijd al was, die je altijd al was, maar pas écht bewust als dusdanig ervaren wordt wanneer er een ontwaken is.  Wanneer de sluiers van de concepten doorzien worden. “Ik” ervaar deze realiteit dan niet, ze ervaart zichzelf. En zelfs dat is al te dualistisch uitgedrukt. Woorden! Vanuit het ontwaakte perspectief kunnen we zeggen: niet de vlag beweegt, niet de wind beweegt, maar de ene geest beweegt. Het ongescheiden bewustzijn beweegt. Hét beweegt. Hoe kan je daarin dingen afzonderen, en dan gaan beweren dat het dit is dat beweegt, of dat? Deze afzondering is enkel een virtueel verschijnsel, product van het denken3. 

Maar opnieuw: al te gemakkelijk kan je deze woorden lezen en er filosofisch mee instemmen. Dat is NIET waarover het hier gaat. Verstandelijk begrip is hier een valkuil.  Ervaar het, realiseer het.  Voorbij woorden. Kijk naar een vlag die wappert. Kijk of luister naar eender welk voorwerp dat beweegt of geluid maakt.  Ervaar wat er ook maar gebeurt. Ervaar wat er ook maar is. Zonder in gedachten te vluchten. Ervaar. Verblijf in het naakte ervaren. Wat beweegt er? Wat klinkt er? Wat verschijnt? Antwoordt niet met woorden. Bedek het levende ervaren niet opnieuw met een andere stoplap. Hou daarmee op. Wees wakker.

 


  1. Ik gebruik hier de Japanse transliteratie shin (de Chinese is xin of hsin). Niet zozeer omdat dat voor Nederlandstalige lezers misschien dichter aansluit bij de uitspraak, maar vooral omdat de traditie waaruit wij – en de meeste andere westerse zenboeddhisten – voortkomen, via Japan overgedragen is. Dat laatste is ook de reden waarom zen in het westen zen heet, een woord overgenomen uit het Japans; in het Chinees is dat ch’an. In academische context wordt wat wij de Chinese zen noemen dan ook aangeduid als ch’an; in de context van beoefening en sangha noemen we zowel de Chinese periode (ca. 500-1225), de Japanse periode (ca.1225-1965) als de Westerse periode (vanaf ca. 1965) zen. Het is trouwens ook één doorlopende traditie. Het feit dat we Ho Sen Dojo een zendojo noemen, betekent dan ook niet dat we gericht zijn op de Japanse meesters van de traditie, integendeel is mijn onderricht – voor zover dat uit de traditie komt en niet uit eigen ervaring- veel meer geïnspireerd door de Chinese periode. 
  2. Sanskr. Śūnyatā, Chin. kōng, Jap. ku.
  3. Voor alle duidelijkheid: wanneer je in een verkeersongeval verwikkeld bent, kan het heel belangrijk zijn onderscheid maken en te weten, en zelfs te bewijzen, welke auto op een bepaald moment stilstond, en welke reed. Ook het relatieve niveau, van het onderscheid, van de veelheid, heeft zijn plaats en functie. Dat beschouw ik als gekend. We kijken hier echter dieper in de realiteit hier en nu. Want deze realiteit heeft nu eenmaal diepte (maar ook diepte is enkel een woord). Wanneer het ontwaken zich realiseert, ga je niet zomaar op andere auto’s inrijden. Maak je daar geen zorgen over. Integendeel. En wanneer er een ongeval gebeurt, ga je het niet meer zo dramatiseren. Het pad leidt tot een normaal, evenwichtig en sociaal leven in grote vrijheid.