De ene geest.

Trouwens, in de zen spreekt men van “de ene geest, het ene hart”.

“Wat is dat?”

Er is niet niets maar iets. Iets is iets. Het is niet twee of drie ietsen. Herinner je goed hoe we het woord gebruikt hebben. Het zegt enkel het hoogstnodige. We zeggen niet dat iets “een ding” is. Er is niet niets, maar iets. We spreken hier en nu niet over het opdelen van iets, of de eigenschappen ervan, of het goed of kwaad is, enzovoort. We bevinden ons op het moment voor dat er onderscheid gemaakt wordt.  Als een appel die voor je ligt, en je hem nog niet geschild en in vieren gesneden hebt. Daarom kunnen we het “ongescheiden iets” of “nonduaal iets” noemen; en ook nog, om die ongescheidenheid, die er inherent aan is, retorisch te benadrukken “het ene ongescheiden iets” Zo kwam men in de zen tot i shin “de ene geest, het ene hart”. Maar zie dat dus niet als een filosofisch standpunt. Het is enkel en alleen een nuttige uitdrukking, om te gebruiken en weer los te laten.

Dit ene ongescheiden iets, het ene ongescheiden verschijnen, de ene ongescheiden aanwezigheid, het ene ongescheiden ervaren, het ene ongescheiden bewustzijn, het ene ongescheiden Ik, de ene ongescheiden geest, noem het zoals je wil, manifesteert zich op een zodanige manier, dat het denken -dat ook dit ene ongescheiden iets is- ertoe als het ware uitgenodigd wordt om lijntjes te gaan trekken, onderscheid te gaan maken. Zo ontstaat de illusie van de veelheid, en zien we ontelbare verschijnselen, de tienduizend dingen zoals men zegt.

Laat dit diep inwerken. Laat dit ene woord je brengen naar dat wat voorbij woorden ligt. En als je terugkeert naar de wereld van de woorden, ga dan weer naar dit ene woord, en laat het je opnieuw voorbij elk concept katapulteren.

“Ik was al verrast en blij toen je me naar de gong liet luisteren en het duidelijk werd dat er enkel horen was, en geen aparte gong in dat horen, noch een aparte luisteraar. Maar dit gaat verder.”

Klopt, vaststellen dat er geen gong en geen luisteraar is, is een prima inzicht. Maar je kan eindeloos alle schijnbaar aparte dingen in het universum gaan contempleren en zien dat ze niet echt buiten jou zijn, zonder ooit klaar te geraken hiermee. Deze benadering heeft zijn waarde omdat ze vertrekt van wat de meeste mensen ervaren: de wereld van de “tienduizend dingen”.  Maar dan vertrek je al van een illusie. Opnieuw: een hulpmiddel. Vertrek nu eens van iets, bewustzijn, ervaren, Ik of hoe je het ook wil noemen, en zie dan waar de eerste onderscheiden ontstaan als ruimte en tijd. Dat is een diepere benadering, waar je nu misschien klaar voor bent. Dat is de reden waarom we zoveel tijd hebben besteed aan het kiezen van dat ene woord, dat naar die ongescheidenheid, dat iets wijst.

Luc De Winter, 15 januari 2026.