Bewustzijn in gesprek met zichzelf.
“Ik heb nagedacht over wat we aan het doen zijn. Je wijst op dat wat voorbij woorden ligt, en om dat te doen, construeer je een woord dat geen klassiek, gebruikelijk, woord is, maar een nonduaal woord, dat als het ware alle andere woorden omvat en vervangt, en als een wegwijzer wijst naar dat wat is, in plaats van naar een of ander detail binnen dat wat is. En het gaat niet om die wegwijzer, het gaat erom dat ik aankom op de plaats, waar hij naar wijst.”
Voor alle duidelijkheid: deze plaats waar je aankomt, is de plaats waar je eigenlijk altijd al was, de plaats die je eigenlijk altijd al was. En om dat te realiseren…
“…. gebruiken we heel wat woorden! Hilarisch, eigenlijk. “
Het paradoxale is dat we woorden en grammatica gebruiken om woorden en grammatica te ondergraven, te deconstrueren. We gebruiken de veelheid om ze te doorprikken. We gaan zelfs nog verder…
“… we doen alsof we met twee zijn, en een gesprek hebben! Misschien dat we daarom elkaars zinnen zo vlot aanvullen…”
… en jij altijd precies de vragen stelt die ik wil…
“Maar is het eigenlijk niet altijd zo?”
Hoe bedoel je?
“Iets, ervaren, bewustzijn spreekt toch altijd tegen zichzelf? Tegen wie anders?”
Deze keer gun ik jou het laatste woord!
“Het werd tijd! Niet dat het veel uitmaakt, natuurlijk…”
(Homerisch gelach in unisono).