Aanwezigheid.
Op dezelfde manier kunnen we, niet verblind door concepten, ons in totale nuchterheid openstellen voor dat wat is, simpelweg ervaren, en dan het volgende woord gebruiken:
Aanwezigheid
(Er is geen afwezigheid, maar aanwezigheid).
Wanneer je vindt dat afwezigheid beter de lading dekt dan aanwezigheid, mag je deze tekst, die in dat geval afwezig is, rustig terzijde leggen en iets nuttigs gaan doen, wat dat dan ook moge betekenen in dat geval.
Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet over de afwezigheid of aanwezigheid van iets specifieks, bij voorbeeld een roze neushoorn. Die is mogelijk afwezig op een bepaald niveau. Daar gaat het hier niet om. Als je dat wat is zou moeten duiden, zou je dan aanwezigheid of afwezigheid kiezen?
“Afwezigheid.”
Een gedurfde keuze!
“In het boeddhisme wordt toch gezegd dat alles leeg is? Wat er is, is de leegte? Dus een ontbreken van aanwezigheid?”
Nu antwoord je niet vanuit het ervaren, volgens mij, maar vanuit wat je ooit gelezen hebt, vanuit wat je ooit begrepen meent te hebben. Het is ook niet de betekenis van het boeddhistische begrip leegte – we komen er later op terug. Er staat trouwens nergens in de soetra’s dat die leegte er niet zou zijn, afwezig zou zijn. De leegte is precies wat er is! Trouwens, als je antwoord “afwezigheid” is eerder dan “aanwezigheid”, dan zou je me in het begin onderbroken moeten hebben, en gezegd hebben dat er niets is, en niet iets. Ook niet dit gesprek, of het nu gesproken, geschreven, echt of virtueel is.
“Ok, aanwezigheid dan. Maar ik stel wel vast dat je me laat kiezen uit slechts twee woorden die elkaar uitsluiten. Is de werkelijkheid niet subtieler dan dat? Dring je me niets op, op die manier? Het lijkt wel een meerkeuze examen…”
Ik stuur wel wat, dat is waar. Ik ben als een gids. Dat sturen gebeurt vanuit de intuïtie, dat je wel degelijk dezelfde woorden kiest als ik, wanneer je tenminste open in het moment staat. Niet omdat ik je persoonlijke voorkeuren of overtuigingen inschat, nee dit gaat juist over wat achter je persoonlijke voorkeuren en overtuigingen ligt. Wat eraan voorafgaat. Heb je ooit al iemand eerlijk en in ernst horen beweren dat er niets is? Is dat geen fundamentele tegenspraak? Want als er niets is, kan er ook niet iemand zijn die zegt dat er niets is.
“Ja maar, het woord leegte betekent toch dat de dingen geen apart bestaan hebben, als apart ding – zoals we ze ons voorstellen- niet bestaan, afwezig zijn?”
Dat is de betekenis van die term, dat is waar. En dit komt exact overeen met wat ik ook al zei, namelijk dat de onderverdeling van iets, ervaren, bewustzijn, aanwezigheid, in ontelbare aparte dingen een illusie is, Maar ik spreek hier niet over dingen, of de illusie van dingen, of de graad van realiteit van wat dan ook. Ik spreek over wat IS. Je gaat je verstandelijke lens te veel scherpstellen op fragmenten die je denken meent te kunnen en moeten isoleren binnen iets/ervaren/bewustzijn/aanwezigheid. Zoom uit. Zo ver als je kan. Zet je verstandelijke lens helemaal open, tot het verstand helemaal niet meer tussenbeide komt.
En om terug te keren naar het woord aanwezigheid: misschien zegt het niets meer dan dat er iets is, dat er ervaren is, maar raakt het toch ergens weer een andere snaar in ons. Misschien ook niet. Volg het woord dat je opent, dat je inspireert. Maar verwerp de andere woordkeuzes ook niet te snel. Geef ze de kans om open te bloeien, hun werking te hebben.
“Ik vind wel dat aanwezigheid de vraag oproept: wie of wat is er aanwezig?”
Dat is weer de betovering van de taal en haar grammatica. Laat je er niet door vangen. Voor je het weet ben je weer gedachten aan elkaar aan het schakelen tot een heuse gedachtentrein. Rijdt niet weg, blijf hier.