Ervaren, bewustzijn.
Er was een woord dat ik de vorige keer echt niet kon vermijden: ervaren. Want hoe komen we ertoe, te formuleren dat er iets is en niet niets? Hebben we dat in een boek gelezen? Hebben we dat op school geleerd? Dat is helemaal niet nodig: we ervaren dat. Ervaren is een direct “kennen”, dat niet langs woorden verloopt.
Dus vraag ik je nu: is er ervaren? Of is er geen ervaren?
“euh…”
Zoek het niet te ver. Verzin geen antwoord met je denken. Het gaat over hier en nu. Er is niets verborgen. Neem je kop koffie. Is er ervaren van warmte?
“Ja.”
Is er ervaren van hardheid, van gewicht?
“Ja”
Zie je de kop? Hoor je ze wanneer je er met je vingers tegen tikt?”
“Ja”.
Is er ervaren?
“Ja. Ik dacht bij ervaren eerder aan ervaring opdoen”.
Dan heb je het over de inhoud van het ervaren, wat je ervaart, en zelfs wat je hebt ervaren op een vorig moment. Dat is dan een herinnering geworden. Je spreekt dan van de ervaring die je hebt opgedaan, en die je bijvoorbeeld kan delen met anderen. Ervaring is een zelfstandig naamwoord; ervaren zelf drukken we uit in een infinitief. Het is levend, hier en nu. De term zelfstandig naamwoord suggereert dat het gaat om iets dat zelfstandig bestaat. Op zichzelf bestaat. Alsof het levende ervaren hier en nu gestold is tot een hard, dood object. Op-zichzelf-bestaan heeft geen ultieme realiteit, het is een concept van het denken. Een synoniem voor zelfstandig naamwoord is substantief, wat verwijst naar iets dat substantie, vastigheid lijkt te hebben. Ook substantie en vastigheid zijn concepten.
“Je bedoelt ervaren dus als bewustzijn?”
Ja.
“Waarom gebruik je het woord bewustzijn dan niet?”
We kunnen dat evengoed gebruiken. Ik gebruik het de hele tijd. Zolang je maar niet denkt, dat ik daarmee de totaliteit van het denken, of enkel het bewustzijn van het denken bedoel. Want dat zijn betekenissen waarin het woord al eens gebruikt wordt.
Ervaren, in de zin van ervaren, bewust ervaren (wat zou onbewust ervaren ook maar betekenen?) is in zekere zin directer.
“Hoe bedoel je dat?”
We keren terug naar je kop koffie.
Ervaar je warmte? Als ik die vraag formuleer met het woord bewustzijn, moet ik zeggen: “ben je je bewust van warmte”? Dat zijn drie woorden meer, die niets toevoegen, alleen maar verdere grammaticale complexiteit met zich meebrengen. Alhoewel we grammatica zien als een klare en duidelijke structuur waarin taal georganiseerd is, smokkelt het allerlei stiekeme concepten binnen in onze geest.
Ervaren gebruik ik dus als synoniem van bewustzijn. Misschien vind je dat ongebruikelijk, maar zen is ongebruikelijk. Wat we hier doen is ongebruikelijk. Ofwel ben je de slaaf van klassieke woordenschat en grammatica, ofwel ga je het pad van ontwaken. Je hoort me ook regelmatig zeggen: “dat wat is” en zelfs nog beter “wat is”, in plaats van het grammaticaal comfortabelere “dat wat er is”. Maar ook hier weer: in deze context is het belangrijk, los te komen van klassieke woordenschat en grammatica. We zoeken de grenzen van de taal op, en steken die over. Steeds weer.
Ervaar je warmte? Is er ervaren van warmte? Is er ervaren?
“Ja.”
Wanneer we dus in plaats van ons woord iets een ander, misschien iets specifieker woord willen gebruiken, zonder nochtans iets te gaan onderverdelen in concepten, of een redenering op te bouwen waarin we woord op woord stapelen, kunnen we ervaren of bewustzijn nemen.
Zoals je misschien al merkte slopen er in de vragen die ik zojuist stelde al enkele verdere concepten. De taal zelf verleidt ons hiertoe. Het grammaticaal geïnspireerde geloof, dat er altijd een onderwerp en een voorwerp moeten zijn, een subject en een object, speelt ons al gauw parten. “Wie ervaart wat? Wie is zich waarvan bewust?”
Zo gauw we dingen en waarnemers, verschijnselen en ervaarders, objecten en subjecten gaan toevoegen in het denken, dwalen we af van iets zelf, van ervaren zelf. “Ik ervaar iets” is al een verstandelijke constructie die de illusie wekt dat dat wat is, wat we eerst iets noemden, bestaat uit drie dingen:
Ten eerste het ervarene,
Ten tweede het ervaren
Ten derde een ervaarder, iemand of iets die of dat ervaart.
Zoals je ziet is grammatica, wanneer we voorbij woorden willen afdalen in wat is, onhoudbaar.
Zelfs woorden zijn al problematisch. Het denken is gebaseerd op woorden, op concepten die per definitie onderscheid maken. Het concept stoel maakt onderscheid tussen alles wat een stoel is aan de ene kant, en alles wat geen-stoel is aan de andere kant. Deze stoel maakt dan weer een virtuele grens tussen wat ik “deze stoel” noem, en alle andere stoelen en niet-stoelen. Het denken trekt lijntjes in iets en dan lijkt het alsof dat iets uit elkaar valt in drie ietsen.
Maar de woorden ervaren en bewustzijn gebruiken we hier niet om een deel aan te geven van wat we in bet begin iets noemden, maar om iets zelf aan te duiden, met een woord dat ons geschikt lijkt, een woord dat puur praktisch kan functioneren als etiket en wegwijzer.
Wanneer je het woord bewustzijn wil gebruiken om een waarnemer tegenover verschijnselen aan te geven, kan je best expliciet duaal bewustzijn zeggen. Zelf heb ik het in dat geval liever over de waarnemer. Normaal gezien bedoel ik met bewustzijn nonduaal bewustzijn, dat ongescheiden is van verschijnselen of van wat dan ook.
Als we écht wakker zijn hier en nu, en niet langer kijken doorheen de bril van het onderscheid makende denken, is het zonneklaar dat iets bewust is. In iets, in ervaren is er niets dat ervaart en niets dat ervaren wordt; subject noch object. Het is een ongescheiden, nonduaal ervaren.
Zoals een droomloze slaap en dan plots: trrriiing,
“ik hoor het geluid van de wekker”,
maar “ik”, “hoor”, “geluid” en “wekker” zijn woorden die daarna pas komen.
Het is eigenlijk gewoon “trrriiing”.
Zo ervaart ervaren. Zo is bewustzijn bewust. Zo ietst iets.
“Je beweert dus dat er eerst ervaren is, en dan pas weten?”
Ik beweer niets; ik neem geen standpunt in. Ik nodig je uit, te ervaren.
(Een auto rijdt voorbij in de straat.)
Wat is er eerst? Is er eerst ervaren, dat dan in begrippen als “ik”, “hoor”, geluid” en “auto” wordt benoemd? Of was er eerst het weten dat er een auto voorbijreed, en was er dan pas ervaren?
“Eerst ervaren, dat is waar. Wanneer je in deze context spreekt van ervaren of bewustzijn, bedoel je dus niet het ervaren of bewustzijn van wat we eerst iets noemden, maar dat iets zelf, dat gekenmerkt wordt door ervaren, bewustzijn als het ware?”
Exact. Ervaren en bewustzijn zijn woorden die het woord iets kunnen vervangen. Om terug te komen op de auto: we spreken hier op een heel fundamenteel niveau. Als je “een auto hoort voorbijrijden”, is er al ervaren/iets voordat het zinnetje geformuleerd wordt. Het is dat iets, dat ervaren waar ik nu op wijs. Blijf daarbij. Ga niet in op het denken: “het is een auto, die traag rijdt, vermoedelijk een klein autootje, misschien dat van de buren…”
Trouwens dat denken is ook iets. Het is ook ervaren, bewustzijn.
Een gedachtenexperiment: stel je voor dat er iets is, maar dat het aspect bewustzijn er niet zou zijn. Daarover spreken wordt heel hypothetisch – het denken leent zich weliswaar perfect tot zo’n constructies en experimenten, want het kan eindeloos speculeren zonder enige reality check. Wanneer je het denken loslaat en afdaalt in wat simpelweg is, land je in ervaren, in bewustzijn. Beter gezegd: dan is er ervaren, bewustzijn, en dan blijkt dat er altijd al geweest te zijn. Daarom kunnen we datgene wat er is in plaats van niets ook bewustzijn noemen. Maar nogmaals: gewoon als een eerste en enige woord, om dat aan te wijzen wat voorbij woorden ligt, en om onmiddellijk terug te keren naar dat woordeloze iets. Niet om hele gedachtenconstructies op te bouwen. Niet als een springplank om verder te vervreemden (schijnbaar, natuurlijk) van ervaren zelf, van iets zelf.
“Als ik het goed begrijp, zeg je dat het de concepten van het denken zijn die iets, ervaren, bewustzijn indelen in horen, zien, het gehoorde, het geziene, degene die hoort en ziet, enzovoort; en dat ze ons op deze manier vervreemden van iets, ervaren, bewustzijn. Maar hoe weten we of je, in plaats van een stap terug te zetten uit het denken, niet stiekem een laag gedachten toevoegt? En over die verschillen tussen zien, horen, enzovoort, één groot conceptueel etiket “ervaren” gaat plakken?”
Dat is inderdaad een mogelijkheid. Er zijn heel wat mensen die je zullen vertellen dat “alles ongescheiden is” of “alles één is”, maar waarvan je duidelijk merkt dat dat een concept, een geloof voor ze is, geen levende werkelijkheid. Ze hebben de illusies van het denken niet doorzien, maar er een extra concept overheen gelegd. Je kan het vergelijken met mensen die rondlopen met een soort van opgeplakte glimlach, die als een masker hun angsten, frustraties en wat al meer camoufleert – zowel voor zichzelf als voor de anderen. Dat is iets heel anders dan een glimlach die natuurlijkerwijze voortkomt uit een diepe vertrouwdheid met en werkelijke transformatie van die innerlijke demonen.
Hier is de praktijk van helder zien fundamenteel. Wanneer er echt helder zien is, wanneer je écht wakker bent, is hier geen twijfel over. Het is waar dat je nadien mogelijk terug meegaat in het denken. Je gaat dan zien en horen, het geziene en gehoorde, de ziener en hoorder terug als totaal verschillend interpreteren, maar je herinnert je dat ze eigenlijk allemaal iets, ervaren, bewustzijn zijn. Nu is deze herinnering op zich niet genoeg; gebruik ze als een hulpmiddel, als een poort om opnieuw te ontwaken uit de concepten. Telkens weer. Wanneer je herinnering echter verstart tot een nieuw concept, wordt ze een bijkomende hindernis om los te laten. Let op: ik zeg wel: als een poort, een poortloze poort, zoals we in de zen zeggen. Dat is een opening om doorheen te gaan naar de vrijheid; geen deur om je aan vast te klampen.
Neem je tijd. Duik in ervaren. Of als je dat meer aanspreekt, in bewustzijn. Vergeet niet dat we met deze woorden steeds enkel en alleen wijzen naar iets, dat er is in plaats van niets.