Ik.

Nog een ander woord dat kan gebruikt worden om iets/ervaren/bewustzijn/aanwezigheid/ verschijnen aan te duiden:

Ik, met een hoofdletter of Zelf.

“Waarom?”

Gebruiken we het woordje ik niet om naar onszelf te wijzen, naar wat we zijn of menen te zijn?

En wanneer we ophouden het ervaren op te splitsen in iets dat ervaren wordt, een ervaren, en iemand die ervaart, valt dan niet elke gescheidenheid weg?

“Ja, dat ken ik vanuit mijn zazenbeoefening. Als ik niet de gedachte “ik ervaar” toevoeg, is er gewoon ongescheiden, onverdeeld, onmiddellijk ervaren.”

Wat we tevoren zagen als iets dat ervaren wordt, ervaren, en ik, blijkt nu een ongescheiden iets te zijn. Een ongescheiden ervaren. Een ongescheiden ik.

“Ik zie het, dus je noemt dat wat is, naar een van de elementen die we er tevoren in meenden te onderscheiden.“

Toen we iets begonnen te gebruiken, was het gevaar ervan dat je stiekem nog de gedachte onderhield “ik ervaar iets”. Maar ik en ervaren waren (op dit pad!) nodeloze onderscheiden die we loslieten in het ongescheiden iets.

Wanneer we vervolgens het woord ervaren gebruikten om dat iets aan te wijzen, was er het risico op het onbewuste concept “ik ervaar iets”. Hier lieten we als het ware op dezelfde manier de woorden ik en iets los, zodat ze opgingen in het ongescheiden ervaren.

Wanneer we nu Ik of Zelf nemen, laten we op dezelfde manier de overbodige woorden ervaar en iets vallen in dat ongescheiden Ik.

“We ontmaskeren die veelheid als een ongescheidenheid; en dan duiden we die ongescheidenheid aan met woorden die oorspronkelijk bedoeld waren voor een schijnbaar apart deel daarvan, dat niet apart bleek te zijn.”

En waarom, denk je, gebruiken we dan Ik of Zelf met een hoofdletter?

“ik met een kleine letter, dat we zoveel gebruiken, is een concept, dat precies duidt op de illusie van een apart zelf, op een persoonlijk ik, dat los staat van anderen, van een wereld.”

Ja, een concept van een ik, dat buiten het bestaan, buiten de wereld staat, ernaar kijkt en erin ingrijpt. Het is een constructie van het denken, dat altijd maar onderscheid maakt. Let goed op de woorden, die hier een diepe waarheid blootleggen! “Het denken maakt onderscheid.” – niet: “het denken merkt onderscheid op”. Het denken trekt inderdaad de lijntjes, de grenzen die er niet waren.

“En dus vervang je het woord iets nu niet door ik met een kleine letter, het conceptuele, gescheiden, aparte zelf, maar naar Ik, het Zelf dat die gescheidenheid overstijgt.

Ja.

“Wanneer je ik inwisselt voor Ik, vervang je de ene identificatie dan niet door een andere, die wat groter is, zoals je een ruimere jas aantrekt?”

Ja en nee. In beide gevallen is dat geen probleem.

“Waarom niet?”

Je kan wel zeggen: “Ik ben het Zelf”, maar wat betekent dat?

Woorden als Ik of Zelf zijn zo ruim dat ze niet echt bruikbaar zijn als identificatie.

“Ik zou denken dat wanneer je wat dan ook ik of Ik noemt, je je daarmee identificeert.”

Wat zou het betekenen, hoe zou het zijn om je met iets, met dat wat is te identificeren? Of je met niets te identificeren? In beide gevallen ontbreekt ofwel de buitenkant, ofwel de binnenkant van de identificatie, de definitie, het concept. Een identificatie of definitie is alleen zinvol als er zowel iets is dat erbinnen valt, als iets dat erbuiten valt, weet je nog? Als je België gaat definiëren als het hele aardoppervlak is het geen België meer, maar gewoon het aardoppervlak. Internationale betrekkingen worden dan een absurditeit. Wanneer je daarentegen de grenzen van België laat inkrimpen tot één punt, is er ook geen België meer. In beide gevallen wordt het woord België betekenisloos; en een woord zonder betekenis is als woord zinloos. Dus zelfs wanneer je je echt met alles of met niets zou gaan identificeren, houdt deze identificatie geen stand. Zo’n identificatie stort gewoon in op het moment dat de zinloosheid ervan duidelijk wordt. Dat betekent niet dat deze stap zinloos is, integendeel. Je identificeren met alles of met niets is juist een heel waardevolle beoefening op het pad naar bevrijding.

Het kleine ik kan wel het concept koesteren dat het als kleine ik het Grote Ik is en daarin gevangen zitten.
Het kleine zelf kan wel denken dat het als kleine zelf ontwaakt is en daar prat op gaan.
In zijn gedachten kan het zich het Grote Zelf toe-eigenen, maar dat is megalomane waanzin:

als een golf die denkt dat ze – als golf- de oceaan is.
Maar ze is de oceaan als oceaan.

“Zijn woorden met een hoofdletter als Ik en Zelf wel boeddhistisch? Suggereren die niet dat we fundamenteel een vaste ondergrond zijn of hebben; en is dat niet wat er bijvoorbeeld in advaita vedanta beweerd wordt? Namelijk dat je in wezen Brahman bent, het Bewustzijn, de Wereldziel, de essentie van het bestaan die reëel en tijdloos is?  Probeerde de Boeddha niet uit alle macht de mensen aan hun verstand te brengen dat er geen enkele vaste ondergrond van het bestaan is?”

In het boeddhisme wijst men heel sterk op het feit dat er geen enkel verschijnsel is dat blijvend is, en onze fundamentele aard zou zijn. Zo wordt elke gehechtheid aan een of andere identiteit, aan een of andere zelfdefinitie onderuitgehaald. Maar verschijnen is geen verschijnsel.

Wat betreft dat identificeren met Brahman: reëel en tijdloos zijn in ieder geval gewoon woorden. Als je Brahman ziet als duaal bewustzijn, tegenover een wereld, dan ben je natuurlijk geen advaitin. Als je Brahman ziet als nonduaal bewustzijn, in de betekenis die we zelf hebben gegeven aan iets, ervaren, Ik, Zelf, dan is je identificeren met Brahman een waardevolle houding, die uiteindelijk onhoudbaar blijkt en zichzelf oplost. Tenzij je er natuurlijk vaste ideeën gaat over gaat koesteren, maar dat is juist wat wij hier absoluut niet doen. Voor mij is er dus geen probleem. Staar je dus niet blind op een hoofdletter. Het is maar een hulpmiddel.