Ruimte.

Trouwens, als je het wil hebben over de al dan niet schijnbare veelheid, over de inhoud als het ware, van iets, ervaren, aanwezigheid, Ik ,…: laat je niet vangen door de zintuiglijke hard- en software. Wat ervaar je momenteel?

“Ik zie je zitten, ik hoor een auto buiten, ik voel mijn ademhaling.”

Dat lijken heel verschillende dingen, niet?

“Ja.”

Maar we noemden dit verschijnen, iets, bewustzijn, enzovoort. Kan je deze ongescheidenheid als dusdanig ervaren?

(een tiental minuten gaan voorbij)

“Ja, het is het ervaren, dat ervaren wordt… het ongescheiden ervaren. Maar dat wordt al gauw weer bedekt.”

Kijk nu eens helder of je onderscheid kan maken in niveaus die liggen tussen het ene ervaren en de vele verschijnselen? Wat hebben deze laatste allemaal gemeen, behalve de dimensie van ervaren zelf? Ik gaf zojuist een tip!

“Ah, ok! Dimensies, dimensionaliteit.”

Hou voor alle duidelijkheid steeds in gedachten dat we nu onderscheid aan het maken zijn. Wat zou het eerste onderscheid zijn dat we kunnen maken, los van identificatie?

De inhoud van dat ervaren, als we het zo mogen noemen, is blijkbaar ruimtelijk. Er is uitgestrektheid. Wat ervaren wordt is ruimtelijkheid. En die ruimtelijkheid, die dimensionaliteit, biedt als het ware de mogelijkheid om in die ruimte allerlei “dingen” te plaatsen. Maar die dingen zijn zelf ook ruimtelijk, want ze hebben dimensies, afmetingen, uitgestrektheid. Als ze één dimensieloos punt zouden zijn, zou je ze niet ervaren, tenzij het om een zwart gat zou gaan.  In die ruimte zijn er dus vormen, zou je kunnen zeggen, maar die vormen zijn zelf ook ruimte. Ook licht, geluid, magnetische velden, radiogolven, noem maar op, bevinden zich in die ruimte, zijn ruimtelijk, zijn ruimte. Ook het lichaam bestaat in de ruimte, is ruimtelijk, is ruimte. Het is niet dimensieloos. Dat geldt ook voor ogen, oren, neus en tong: de zintuigen zelf zijn ruimtelijk, ze zijn geen poort tot het ervaren van ruimtelijkheid, ze zijn zelf al ruimte.


Tijd.

De ruimtelijkheid maakt ook beweging mogelijk. Want zonder ruimte kan er niets bewegen. Deze beweging, deze veranderlijkheid noemen we tijd. De vierde dimensie. Zonder veranderlijkheid zou er niets ontstaan, niets vergaan, zou er geen leven zijn, geen actie. En ook het lichaam, en alles wat bestaat, bevindt zich in de tijd; het lichaam, en alles wat bestaat is tijd.  Want er bestaat niets los van tijd.

“Maar het is toch altijd nu? Tijd is toch een concept?”

Het is altijd nu, en dat nu verandert altijd. Het is geen bevroren nu, maar een levend nu. Vanuit die beweging, en vanuit onze herinneringen en toekomstfantasieën ontstaan er concepten van tijd, die ons lijken te vervreemden van dat tijdloze, eeuwige nu. Maar ook die vervreemding is hier en nu!

Ook dit zijn weer wegwijzers. Volg ze. Trek ze niet uit de grond om ze in de kofferbak van je auto te gooien en thuis toe te voegen aan je verzameling.

Breng eens wat tijd door, terwijl je je geest opent voor deze visie. Stel je bewustzijn, ervaren voor zonder veranderlijkheid, of zonder ruimte. Een spel van het denken, dat is waar, maar een mogelijk bevrijdend spel – als je het echt ernstig neemt en vervolgens echt weer loslaat

Je zou als hulpmiddel kunnen zeggen dat er eerst ruimte en tijd zijn, en “in tweede instantie” alles wat zich daarin afspeelt, en dat ook ruimte en tijd is. Twee koffiekoppen op tafel? Het denken ziet ze als twee losse, aparte, verschillende voorwerpen. Maar het ervaren van die koppen is ongescheiden. De ruimte en de tijd, of als je wil, de ruimtetijd waarin ze zich bevinden en die ze wezenlijk zijn is ongescheiden. Hun wezenlijk aparte bestaan is een complete illusie, bestaat enkel op een praktisch huis-tuin-en-keuken niveau. En dat geldt niet alleen voor die twee koppen, maar voor alles. Ruimte, tijd, materie, energie, zwaartekracht, bewustzijn… allemaal facetten van wat we iets noemden.