Niet weten.

“Waarom doet die aanwezigheid zich voor als veel aanwezigheden? Of dat nu wel of niet doorheen het denken gebeurt?”

Geen idee. Nu komen we uit bij de scheppingsverhalen. Een oude mythe zegt dat ze zich verveelde, en als een poppenkastspeler toneel besloot te gaan spelen. Als spel. Een beperkte, menselijke verklaring, om iets te verklaren wat het menselijke overstijgt. Maar zeer geschikt voor het grote publiek. Ik zeg dit niet denigrerend, het is een uiterst waardevolle benadering. En opnieuw: waar het “grote publiek” dit misschien als een definitieve, echte verklaring ziet, kan jij dit verhaal tot je nemen, verteren en weer loslaten.

“Wat is dan geschikt voor het kleine publiek? Voor wie hierin echt wil doordringen?”

Niet weten.

“Hoe kan ik dit niet-weten realiseren?”

Door het te beoefenen. Door het weten los te laten. Zo lang je zen benadert via het weten, is de zaak hopeloos, is het geen zen. Misschien hou je je hele leven al vast aan dat weten, en ben je niet bereid het los te laten. Dat is je goed recht; maar van zenbeoefening, laat staan bevrijding is dan geen sprake. Daarvoor moet je in de levende stroom van zijn gaan staan. Zittend op je kussen, en elk moment van je leven. Het vraagt moed; het vraagt volharding.

Iets ander dan dit iets?

“Is er iets anders dan dit iets, ervaren, bewustzijn, aanwezigheid, Ik?”

Weet ik veel! Alles wat we menen te zijn, en alles wat we menen niet te zijn is deze aanwezigheid, dit bewustzijn. Voor het ervaren is er enkel aanwezigheid, want zij is het ervaren zelf. Er is geen ervaren van niet-ervaren, geen bewustzijn van niet-bewustzijn.

“Maar ik ben vrij zeker dat de Eifeltoren in Parijs staat, alhoewel “ik” die hier en nu niet ervaar; ik ben vrij zeker dat de bakker achter de hoek er is, als ik er zo dadelijk naar toe ga; ik ben vrij zeker dat de muur achter me, alhoewel ik die nu niet zie, er wel degelijk blijkt te zijn wanneer ik me omdraai, hem zie en betast.”

Waar is de tegenspraak? Verwar het iets dat er is in plaats van niets niet met wat een bepaald organisme op een bepaald moment via oog oor en tastzin waarneemt. Wat dat bepaalde organisme ervaart op een zeker moment is natuurlijk niet gescheiden van iets. Het is ook iets. Evenals het organisme zelf.

Als je het dan toch even verstandelijk wil benaderen: wanneer de muur achter je er niet meer zou zijn, zou de kamer waarin je zit niet meer blijven bestaan, want het plafond zou instorten. Zelfs wanneer die muur achter je niet op de voorgrond verschijnt van wat je zintuigen waarnemen, ervaar je hem toch wel indirect. Niets is gescheiden! Je blijft toch ook zitten op je stoel?

“Ja, hoezo?”

Het lichaam wordt op de stoel gedrukt door de zwaartekracht van de hele aarde, met al haar land, oceanen, bergen, levende wezens en wat al meer. Er is, met andere woorden, een direct ervaren van die hele aarde.  Zowel in het zitten zelf – je gaat niet rondzweven als in een ruimtestation- als meer specifiek in het voelen hoe je achterwerk op de stoel drukt.

“Zo had ik er nog niet over gedacht…”

Ik zeg dit niet omdat je gedachten zou toevoegen, kennis zou opstapelen, maar omdat je zou inzien hoe fragmentarisch, hoe onvolmaakt dat conceptuele beeld dat je erop na houdt over je bestaan eigenlijk is. Hoe het je gevangenhoudt. Laat het achter je. Wat gebeurt er wanneer je elk wereld-of zelfbeeld achter je laat en onbevangen in het moment staat?