Het doorzien van identificaties.
“Begrijp ik het goed als ik zeg dat er verschillende paden zijn naar het doorzien van identificaties? Je kan bijvoorbeeld alle mogelijke identificaties tegelijk loslaten, of je kan de meest beperkte eerst vervangen door steeds ruimere.”
Dat is in zekere zin het onderscheid dat men in de zen maakt tussen het onmiddellijke ontwaken en het geleidelijke ontwaken. Laat ons het eerst hebben over de geleidelijke, stapsgewijze weg. Het is er nooit om te doen, op een verstandelijk niveau definities te vervangen door andere. Zo simpel, zo oppervlakkig is het niet. Het gaat om een proces van diep ervaren, van loslaten van de meest enge identificaties, en vervolgens van steeds wijdere. Vervangen is dus niet het juiste woord; het is meer alsof je van zo’n stel Russische poppetjes, die allemaal in elkaar zitten, eerst de buitenste verwijdert, zodat de iets kleinere nu de buitenste is geworden. Uiteindelijk laat je ook de binnenste weg, en is er niets meer over. Het is als het schillen van een ui, lag na laag. In de mystieke tradities noemt men dit de via negativa: stap voor stap ontdek je wat je niet bent/nooit was. Stap voor stap laten we identificaties los. Vergeet niet dat die hang naar identificatie een diepe conditionering is. Ons systeem is wel bereid er eentje los te laten, maar hecht zich dan aan een andere. Zoals een kuiken dat uit zijn ei komt, en zich direct hecht aan het eerste wezen dat het ziet, of het nu zijn moeder is, dan wel een menselijke verzorger. Zo schuiven we op naar de uitgang.
“Moeten we het beeld van de Russische poppetjes niet omkeren? Eerst de kleinste doorzien, dan de grotere?”
Dat is zeker mogelijk. Het pad van bevrijding brengt ons dan naar buiten. Als je het daarentegen ziet als een pad naar binnen, in de zin van naar onze essentie, dan kan je beginnen bij de grootste. Vandaar ook het klassieke beeld van het schillen van de ui. In ieder geval, wanneer elke illusionaire laag, elk poppetje opgelost is, wordt duidelijk dat er nooit binnen, noch buiten was….
Het is in ieder geval een natuurlijke evolutie. De laatste identificatie, de grootste jas is zo ruim, dat je er vanzelf uitvalt, bij wijze van spreken.
De uitgang.
Onmiddellijk na het loslaten van een identificatie komt dikwijls de gedachte “maar wat ben ik dan wel?” op; vervolgens landen we dan in “een ruimere jas”. Dit pad leidt ruwweg van identificatie met lichaam en bewustzijnsinhouden tot identificatie met duaal bewustzijn zelf, als een waarnemer die tegenover het waargenomene staat. Dan volgt de compleet ongrijpbare jas van nonduaal bewustzijn. “Ik ben alles”. Tenslotte wordt ook deze laatste hoogst instabiele identificatie doorzien, en kunnen we, zoals Nisargadatta, zeggen dat we tegelijk alles én niets zijn. Maar eigenlijk houden we gewoon op, gehecht te zijn aan het principe van identificatie. We blijven in geen enkele ervan hangen, en doorzien ze, terwijl we ze vrij laten komen en gaan, naargelang de situatie vraagt.
En zo kunnen we ons identificeren als levend wezen, als mens, als familielid, als iemand met een bepaald beroep, een bewoner van een straat, stad, land of werelddeel, als waarnemer, als nonduaal bewustzijn, maar dat zijn soepele identificaties, waar we niet in opgesloten zitten.
“En identificatie als boeddhist?”
Wanneer je je zelf beschouwt als boeddhist, laat het dan een open, vruchtbare identificatie zijn, die ervoor zorgt dat je je praktijk verdiept, samen met de anderen. Op die manier is een identificatie geen gevangenis maar een hulpmiddel. Geen fantasie van het ego, dat iets wil toevoegen aan zijn bestaan, maar een poort naar loslaten, naar menslievendheid, behulpzaamheid, mededogen.
“Als lid van een sangha?”
Ja, zoals ik steeds herhaal, is het een illusie van het ego dat je het pad wel alleen aan zal kunnen. “Ik heb niemand nodig.” Als je de Mount Everest gaat beklimmen, doe je dat ook met een hele groep. Wie prat gaat op het feit dat hij of zij niet tot een sangha behoort, is waarschijnlijk niet zozeer onthecht, maar in de ban van een illusie van zelfstandigheid.
“Het doorzien van identificaties leidt niet tot het loslaten van je engagement?”
Zeker niet! Dat wordt alleen maar rijper en dieper.
“Hoe ervaar jij dat zelf?”
Als dat te pas komt, en zijn nut heeft, zal ik tegen iemand zeggen dat ik boeddhist ben, of zenmeester, of advaitaleraar; op een bepaald niveau gezien is dat natuurlijk allemaal waar. Maar ik word ’s ochtends niet wakker met de gedachte “ik ben boeddhist”. Ik onderhoud de gedachte niet dat ik dat ben. Ik onderhoud in principe geen enkele gedachte over wat ik ben, maar zal me mijn naam herinneren wanneer nodig, ik zal zeggen waar ik woon, wanneer dat te pas komt, en antwoorden op vragen als “hoe oud ben je?” Meer moet je daar niet van maken.
Twee tradities (opnieuw).
“Toch nog even dit: wanneer ik aan AI vraag wat het wezenlijke verschil is tussen advaita vedanta en boeddhisme, antwoordt het dat in de eerste traditie gezegd wordt dat je Brahman, de eeuwige, werkelijke wereldziel bent, en dat in de tweede elke identificatie ontkend wordt.”
Besef goed dat je op zo’n moment met een taalmodel “communiceert”. De enige bron voor deze “intelligentie” is geschreven tekst. Uit de antwoorden van AI chatbots blijkt geen enkel ervaren van subjectiviteit, dat wordt overduidelijk wanneer je er een tijdje mee experimenteert. Het is alsof je spreekt met iemand die alleen maar boekenwijsheid heeft, maar de levende stroom van zijn niet ervaart.
Natuurlijk hebben deze twee tradities een andere manier om erover te spreken. Maar is het innerlijke ervaren van een gerealiseerde advaita vedantaleraar verschillend van dat van een zenmeester? Zoiets gaat voorbij woorden, anders is het geen realisatie! Leg jij me maar eens uit waar in de levende praktijk het verschil zit tussen ervaren dat je de eeuwige werkelijke Brahman bent en ervaren dat je juist complete veranderlijkheid zonder grond bent. Het is een keuze van woorden. Oppervlakkig, rationeel gezien zijn het diametraal tegenovergestelde beweringen – maar ze verwijzen naar dezelfde realiteit. In beide gevallen is het enkel het pad waarover gesproken wordt, de wegwijzer. Want waar die naartoe leidt, ligt voorbij woorden Dat zie je alleen maar wanneer je verder kijkt dan het niveau van het denken. De realiteit is echter dat veel mensen, inbegrepen academici en natuurlijk ook AI zich compleet vastpinnen op woorden, en vanuit deze beperkte, om niet te zeggen blinde positie meer woorden gaan voortbrengen. Dat leidt tot niets. Als er iets is wat het pad van bevrijding volledig blokkeert, is het wel de gewoonte, alles letterlijk te nemen. Want het zijn juist de woorden en grammatica, het denken, die de gevangenis zijn. Je kan je hele leven denken en filosoferen over zen, in de waan dat je zen beoefent, terwijl je alleen maar verder in het moeras wegzinkt.
“Maar die woorden zijn echt wel heel tegenstijdig…”
Wanneer ik vanuit België naar Australië wil vliegen, moet ik dan naar het westen of naar het oosten gaan?
“Eh, naar het westen… of naar het oosten, natuurlijk…”
Zijn dat geen heel tegenstrijdige reisadviezen? Maar toch zijn ze allebei correct.
Ten eerste zijn die richtlijnen van beide tradities nuttige hulpmiddelen, om ons te helpen beperkte ideeën, identificaties, illusies los te laten.
Ten tweede: we waren het er toch over eens dat er iets is en niet niets? Zijn er momenten volgens jou, dat er niet iets is maar niets?
“Ik zou zeggen van niet. Eigenlijk kan je daar niet echt een antwoord op geven. Maar ik kan niet zeggen dat ik ervaring heb van niets. “
Daar heb je wat ze de werkelijkheid van Brahma noemen! En wanneer ervaar je dat iets, als het er is?
“Altijd nu.”
Altijd nu – dus tijdloos?
“Ja.”
Is het niet deze tijdloosheid die de eeuwigheid van Brahman is? Geen oneindig lange tijd, maar het steeds aanwezige nu?
“Ik veronderstel het. Maar wie weet…”
Speculeer niet over wat er voorbij het ervaren ligt. Vergeet niet: dit is een pad naar bevrijding, niets anders.
Maar weet ook dat Brahman in advaita eerst en vooral wordt gezien als zonder kenmerken, kwaliteiten, vorm of begrenzing! Want hoe zou het ongescheiden bestaan dergelijke eigenschappen kunnen hebben?