Het Lelijke Eendje.
Waarschijnlijk ken je het sprookje van het lelijke eendje.
Het lelijke eendje was een lelijk eendje, omdat het zich als eend identificeerde.
Toen die identificatie doorzien was, bleek het een zwaantje te zijn.
Je kan nu tegen die, ondertussen mooie, zwaan gaan zeggen: identificeer je ook niet als zwaan, want dan zit je weer opgesloten in die zwaanheid. Ergens is dat juist, want ze zou zich kunnen gaan hechten aan haar zwaanheid, trots worden daarop, en neerkijken op de eenden. Ze zou verzwaand kunnen worden.
Maar stel dat ze noch de identificatie “zwaan” noch de identificatie “eend” onderhoudt, wat is ze dan? Als je dan toch een woord zou willen gebruiken om haar ware aard direct aan te wijzen, en alleen maar dat?
“Een zwaan.”
Ze moet geen gedachte “ik ben zwaan” onderhouden, want ze is dat al. Ook als ze die gedachte niet koestert en voortdurend herhaalt, “is ze een zwaan”. Zelfs wanneer niemand zegt dat ze een zwaan is, het woord zwaan totaal niet gebruikt wordt, “heeft ze de natuur van wat je een zwaan zou kunnen noemen”. Ik zet dit tussen aanhalingstekens om te beklemtonen dat het enkel woorden zijn.
Zo zijn ook wij, zelfs als er geen enkele identificatie, geen enkele definitie onderhouden wordt, dat wat we altijd al waren. “Dat wat we altijd al waren” moet je zien als een wegwijzer uit “dat wat we (doorheen het denken) meenden te zijn”.
“Is elke identiteit geen definitie, het resultaat van de formule ik ben … ?”
Ja, maar er is een fundamenteel verschil tussen jezelf continu voorhouden “ik ben alles, het ongescheiden bestaan”, en jezelf laten vallen in die ware natuur. Dan heb je niet meer de nood om je aan die ware natuur vast te klampen als nieuwe identiteit, of ze zelfs maar te verwoorden – tenzij als nuttig hulpmiddel, om anderen tot ontwaken te brengen.
Op dezelfde manier is onze identiteit als individu een beperkte, praktische, relatieve identiteit. Een rol. Doorzie die en de ware natuur, dat wat we altijd al waren, wordt duidelijk. Deze ware natuur, deze ware aard, is geen kwestie van identificatie, maar dat wat we zijn wanneer elke identificatie, elk concept wegvalt.
Upaya.
“Maar zeg je nu dat deze ware natuur een soort ondergrond is, waar je niet door kan vallen, en die het bestaan draagt, of is die simpelweg de ongrijpbaarheid, de leegte? ”
Ik merk dat je er steeds op uit bent om onderscheid te maken tussen tradities en formuleringen, en die dan tegenover elkaar te plaatsen. In de academische wereld kan je daar ver mee komen; op het pad naar bevrijding zal je geen enkele stap zetten, tenzij je dergelijke vragen diep laat inwerken, om ze vervolgens even diep los te laten.
Mijn antwoord is heel pragmatisch, anders zou ik geen zenleraar zijn. Als ik je de indruk geef dat er een fundamentele ondergrond is, en dat geeft je het vertrouwen om je hierin te laten vallen, denk dan maar dat het dat is wat ik zeg. Als je juist geïnspireerd wordt om je over te geven door de ontkenning van een fundamentele bestaansgrond, geloof dan maar dat ik dat zeg. Whatever works. Maar ik doe geen filosofische uitspraken in die zin. Alles wat ik zeg is een praktisch hulpmiddel.
“Dat is typisch boeddhistisch, typisch zen!”
Zo zegt men. Maar ik meen dat het universeler is dan dat. Want nogmaals, ook in bijvoorbeeld advaita vedanta en christelijke mystiek, hoe positief deze tradities ook bepaalde waarheden verkondigen (en waar sommige mensen in de zen van gruwen): als je het pad dat ze voorstellen echt tot het einde toe volgt, blijken deze “waarheden” ook een hulpmiddel geweest te zijn, een wegwijzer waarop je je niet mag blindstaren. En daar, op het einde van het pad, vinden de tradities elkaar. Natuurlijk is niet elke christelijke gelovige, niet elke advaitin of boeddhist in deze positie. Zo lang je bij wijze van spreken -misschien een ongelukkig beeld, bij gebrek aan beter, waarvoor mijn excuses- de top van de berg niet hebt bereikt, waar je elkaar met een stralende glimlach in de ogen kan kijken, zie je elkaars pad niet en zal er discussie en onenigheid zijn.
“Ik denk dat je gemakkelijk de fout kan maken te zeggen: het is maar een hulpmiddel, niet de echte waarheid, dus het interesseert me niet.”
Dat is precies de reden waarom het kan helpen iets dat enkel een tijdelijk hulpmiddel is, als waarheid voor te stellen. Veel mensen zijn zo geconditioneerd dat ze denken in termen van ware en onware uitspraken. Dat werkt wanneer er twee appels op tafel liggen; en je zegt dat het er twee, dan wel drie zijn. Wanneer je echter uitspraken doet over de meest fundamentele niveaus van het bestaan moet je alle uitspraken, alle concepten achter je laten, want daar zijn ze allemaal onwaar. Er zijn enkel concepten en uitspraken die je in de richting van het ontwaken sturen, en andere die je ervan weg houden.
Maar ja, het gebeurt dus regelmatig dat mensen denken dat je een filosofisch, rationeel standpunt in neemt waarover te discussiëren valt. Dat is niet zo. Wanneer dat blijkt, verliezen ze hun interesse – want die was gebaseerd op intellectuele nieuwsgierigheid. Ze willen dat je ze zegt hoe het allemaal echt in elkaar zit want ze zijn uit op verstandelijk begrip; en zijn niet geïnteresseerd in het realiseren van bevrijding. Dat denken ze alleen maar.
Concepten los van het denken?
“De veelheid is een product van het denken, dat onderscheid lijkt te maken waar dat eigenlijk niet echt bestaat; maar doet het ongescheidene zichzelf al niet voor als het vele, los van het denken?”
Denk aan de ongescheiden oceaan, gekenmerkt door golfbeweging, die natuurlijk ook de ongescheiden oceaan is. Vervolgens gaat het denken die golfbeweging zien en ze een aparte naam geven, als aparte verschijnselen, als een veelheid aan golven. Het denken tekent als het ware zwarte lijntjes rond elke golf, zodat de indruk ontstaat dat ze aparte dingen zijn. Het is echter allemaal water, H2O.
“Maar je bent dus akkoord dat er toch op een fundamenteel niveau zoiets als verschijnselen zijn? Er zijn, om in deze metafoor te blijven, golven?”
Voor zover woorden iets kunnen uitdrukken: je zou kunnen spreken, onder voorbehoud, van concepten die niet specifiek vanuit het denken ontstaan. Ongescheidenheid is daarom geen vormeloosheid! Maar zelfs deze zinnen barsten al van de concepten, die onze kijk vertroebelen. Dus nogmaals, weet goed dat ik hier geen theorie voorstel. Ik stel enkel en alleen een tijdelijk conceptje voor, dat een uitgang kan zijn. Ga erdoor en laat het achter. Ga niet elders vertellen dat ik zus of zo zeg, dat ik een bepaald wereldbeeld voorstel. Alles wat ik je zeg zijn enkel hulpmiddelen om voorbij elk wereldbeeld te kijken.
“Het ene ongescheiden bestaan droomt dat het veel verschijnselen is, en het denken canoniseert die vervolgens tot schijnbaar wezenlijk aparte dingen?”
Hecht je ook hier niet aan, als aan een absolute Waarheid. Het is een praktisch hulpmiddel. Ga door deze concepten heen. Maak ze je eigen, als ze werken, en laat ze weer los. Wees je er trouwens ook bewust van dat gedachten ook verschijnselen zijn, gedroomd door het ene, als je het zo wil formuleren.