Iconen van klank.
Essentieel is Taveners idee van de compositie als een muzikaal icoon, een icoon van klank. Iconen spelen een grote rol in het orthodoxe christendom. Ze worden niet beschouwd als schilderijen, maar als liturgische, contemplatieve objecten die de persoon in kwestie (Christus, Maria, een heilige…) aanwezig stellen, zodat je er werkelijk mee in contact kan treden. Iconen zijn dus geen kunst, en zeker geen kunst die de expressie is van de individuele persoonlijkheid van een kunstenaar. Originaliteit is naast de kwestie. Een icoon dient zo exact mogelijk gekopieerd te worden naar een authentiek voorbeeld. Schoonheid is al even irrelevant. Er is een parallel te trekken met Boeddhabeelden; ook die worden niet beschouwd als een kunstvoorwerp dat origineel, subjectief en esthetisch mooi moet zijn, maar als een afbeelding die de voorgestelde Boeddha aanwezig stelt.  Als je een kunstcriticus confronteert met een icoon of Boeddhabeeld vindt die dat maar niets; zoals een muziekcriticus geen houvast krijgt aan een meditatieve compositie. Alle middelen die normaal gezien ingezet worden om de luisteraar te verleiden, worden hier juist losgelaten.  Er is wel een andere aantrekkingskracht, namelijk die van de présence, de aanwezigheid. Maar die is van een heel andere orde.

Zoals een orthodox icoon niet de persoonlijke fantasie van de schilder weergeeft maar de toeschouwer toegang verschaft tot een andere werkelijkheid, zo wilde Tavener ook in zijn muziek zijn eigen persoonlijkheid zoveel mogelijk overstijgen, om de luisteraar een venster te bieden op wat hij het goddelijke zou noemen. Het is die dimensie die dan aan het woord is, zich uitdrukt, zich toont; de componist is maar een doorgeefluik.

Als we dit gegeven benaderen vanuit zen, kunnen we stellen dat de luisteraar op deze manier contact maakt met die dimensie van het bestaan, die verscholen is achter de concepten van het denken, maar altijd al aanwezig was. Muziek, muziek horen en ervaren, maakt deel uit van wat is. Muziek kan helpen om te ontwaken uit de concepten, die het ene bestaan lijken onder te verdelen in een veelheid van verschijnselen. Op dat moment worden de muziek, het ervaren van de muziek, de luisteraar en al wat is als ongescheiden beleefd. De muziek stelt dan de transcendente werkelijkheid aanwezig, niet als “een vinger die naar de maan wijst”, niet als een symbool, ze is die werkelijkheid.  

Tavener ziet zijn composities bovendien als statisch, zoals een icoon statisch is; in de zin van bewegingloos, maar ook van tijdloos.

In The Protecting Veil (De Beschermende Sluier) voor cello en strijkorkest (1987) wordt dit idee van het muzikale icoon bijzonder expliciet toegepast. De vrijwel ononderbroken zingende cellolijn die centraal staat in het stuk, stelt de Moeder Gods -zoals ze in de orthodoxe traditie dikwijls genoemd wordt- aanwezig; op de manier dat ze ook centraal staat in een icoon. Het stuk vertelt het verhaal van Maria niet. De cellomelodie is in het stuk de Moeder Gods, of als je wil, haar stem. De muziek is niet narratief maar contemplatief. De acht delen komen overeen met evenveel verschillende traditionele iconische voorstellingen van Maria.

John Tavener, The Protecting Veil (1987)
https://open.spotify.com/album/5T7OKXkc6ueSQc4dFalD3M?si=i9_hCJIEQ-KS_JNqGWey9A

Ik volg Tavener in zijn visie op het muzikale icoon;  Eternity’s Sunrise ervaar ik zo -zelfs al is het als voorbeeld minder expliciet. Ook voor veel andere werken, onder andere stukken van mezelf, vind ik het een goede insteek, als je het woord icoon nog net iets ruimer ziet.  Maar vreemd genoeg ben ik niet echt mee met The Protecting Veil. Dit luistervoorbeeld is dus uitzonderlijk geen stuk dat ik heel diep koester. Mogelijk is het een heel persoonlijk voorbehoud; ik vind het moeilijk, de vinger er op te leggen. Zie wat het met je doet. Laat het me weten.

Naast The Protecting Veil sloegen werken als The Lamb (1982) en Song for Athene (1993) aan bij het grote publiek. The Lamb, geschreven op een namiddag ter gelegenheid van de derde verjaardag van zijn neefje, werd gebruikt in Paulo Sorrentino’s film La Grande Bellezza uit 2013; Song for Athene ging de wereld rond nadat het in 1997 werd uitgevoerd tijdens de uitvaart van prinses Diana in Westminster Abbey.