Uitpuring en verstilling.
Vanaf ongeveer 1970 wordt Scelsi’s muziek opnieuw eenvoudiger. De monumentale klankwerelden van de jaren zestig maken vaak plaats voor kleinere bezettingen, kortere stukken en een sterkere concentratie. De laatste periode wordt dikwijls getypeerd als uitgepuurd en verstild. Tegelijk wordt de muziek vrijer en melodischer, alsof Scelsi terugkeert naar de improvisatorische spontaniteit van de jaren vijftig, maar nu met de volledig ontwikkelde klankgevoeligheid van zijn rijpe periode.

Giacinto Scelsi, Krishna e Rada (1986)
https://open.spotify.com/track/4aA2fpdc0j310j1NkX8Gzf?si=4d849819a7b94f34

Krishna e Rada is een van de laatste werken van Scelsi, ontstaan uit improvisaties met fluitiste Carin Levine. Hiermee is het een typisch voorbeeld van zijn werkwijze van de laatste decennia: de stukken ontstonden in samenwerking met uitvoerders, al improviserend. Sommigen worden hier heel zenuwachtig van, want wie is dan de componist? Scelsi beschouwde zichzelf in ieder geval niet als auteur van de muziek, zoals ik al vermeldde: niet omdat die door iemand anders gemaakt was, maar vanuit de ervaring dat niet ik degene is die iets maakt of laat gebeuren.

Scelsi leefde ondertussen grotendeels teruggetrokken in zijn appartement aan de Via di San Teodoro in Rome, met uitzicht op het Forum Romanum. Hij onderhield internationale contacten met een hele reeks componisten en musici, waaronder Amerikanen als John Cage, Morton Feldman, Earle Brown en Elliott Carter die hem te Rome thuis kwamen bezoeken. Zijn werk bleef echter lange tijd relatief onbekend. In de jaren zeventig toonden jongere Franse componisten als Tristan Murail, Gérard Grisey en Michaël Lévinas grote belangstelling voor hem; uitvoeringen tijdens de Darmstädter Ferienkurse van 1982 droegen vervolgens sterk bij tot zijn internationale erkenning. Scelsi overleed in Rome op 9 augustus 1988.