Vraag en antwoord (uit de workshops).

Vraag 1:
Waarom zeg je dat de melodie en de aangehouden basnoot één zijn?

Antwoord:
Omdat de noot waar de melodie uit voortkomt, waarmee ze normaal gezien begint, en de noot waar ze ook naar terugkeert op het einde -om alle spanning te verliezen en werkelijk haar slot te vinden, thuis te komen- de zelfde noot is als deze basnoot. De basnoot is als de grond van het bestaan waaruit alle verschijnselen voort komen, en waar ze naar terugkeren. Als het hier en nu waarin en waaruit alles voortkomt; het hier en nu dat zich manifesteert als alles dat verschijnt.

Vraag 2:
Maar is dat dan niet opnieuw een metafoor, een concept?

Antwoord:
Je kan dat zo beschouwen. Maar het gaat veel verder, het is vee directer. Je kan onmiddellijk, zonder tussenkomst van het denken, ervaren dat de basnoot is wat is zoals het is. Ze vertelt niets, maar is. Omdat ze niet verandert, vormt ze geen muzikale ideeën, zoals één aangehouden klinker “aaaaa” geen woord vormt, en dus geen concept is, maar een klank, de levende werkelijkheid hier en nu, het ervaren. De aangehouden bastoon symboliseert het bestaan niet, ze is het bestaan, niet bedekt door concepten over dat bestaan. Luister met een open geest. Ervaar het.

De melodie daarboven is tot op zekere hoogte grammaticaal opgebouwd, maar klinkt samen met de basnoot, waar ze uit voortkomt en waar ze naar terugkeert. Zo wordt de eenheid van het vele en het ene, direct aanwezig gesteld hier en nu.