CD : Ensemble Organum,  Chant de L’Eglise de Rome (VI-XIII siècles)
Middernachtmis, Graduale: Tecum Principium TRACK 4  5’48”
Van het oudste bewaarde manuscript van de Romeinse ritus (AD 1071)
https://www.youtube.com/watch?v=o1TjcrQhgw8&list=PLxDTV6KJ9WvtjO0pFlgLuZf-wKJQn_hg0
(start op 19.30)

Om een of ander reden is dit album nog wel aanwezig op Spotify als tweede helft van een dubbelalbum, maar niet beschikbaar om te beluisteren. Daarom geef ik de YouTube link. Als je het ergens kan vinden, op cd, of op een platform met betere geluidskwaliteit, ga ervoor en beluister dit eindeloos. Denk niet te gauw dat je het doorgrond hebt. Ik heb Marcel Pérès en zijn ensemble Organum meerdere keren in concert gehoord, en het is altijd een bijzonder diepe belevenis.

Als je allergisch bent voor Christelijke liturgische muziek, zet die allergie dan even opzij en laat dit binnenkomen. Deze muziek, in deze uitvoering, overstijgt alle spirituele tradities.

De ultieme manier om elk rationeel, grammaticaal luisteren de pas af te snijden, is het laten klinken van één aangehouden noot. Eén noot heeft geen enkele “betekenis”, evenmin als één letter die heeft. Zo’n ene, aangehouden noot is puur ervaren. “Hier ben ik” drukt de klank als het ware uit. “Ik ga nergens naartoe, kom nergens vandaan, vertel geen verhaal. Ik ben. En jij?”. Alhoewel er inderdaad zo’n muziek gemaakt is (zgn. dronemuziek), is het nog beter om deze aangehouden toon te gebruiken als bastoon waarboven andere tonen kunnen klinken. Dat is sinds de middeleeuwen een veelgebruikte manier van werken, onder andere in liturgische muziek van de katholieke maar in het bijzonder van de orthodoxe kerk; het is ook de basis van de klassieke Indische muziek. Heb je je trouwens ooit afgevraagd waarom het begin van Bachs Mattheuspassie zo wonderlijk indringend klinkt?

Zo’n liggende noot of pedaalnoot wordt in de orthodoxe traditie ison genoemd. Zangers die deze noot mogen zingen zijn vereerd, want zij zijn op dat moment de stem van God. Niet de man met de Baard, die achter Gindse Wolk schuilt, Maar God als bestaan zelf. Het bestaan dat is wat is, en dat jij bent als wat jij bent. Ongescheiden. De verklanking, en levende aanwezigheid van het overstijgende.

In de huidige westerse traditie van klassieke muziek wordt zo’n liggende noot eerder gezien als een goedkoop trucje om gemakkelijk wat sfeer op te wekken; iets wat je niet teveel moet gebruiken. Hier zien we weer de polarisatie tussen het rationele ego-standpunt en het perspectief dat dit compleet overstijgt.

De combinatie van een ison met melodieën daarboven is heel sterk, want het is de verklanking van een cruciaal zenprincipe: dat van de ongescheidenheid van het ene en het vele. De wereld zoals we die doorheen ons onderscheid makende denken zien; en het bestaan dat elke rationaliteit en dus elke gescheidenheid overstijgt, zijn geen twee tegenover elkaar liggende polen, maar vormen als het ware twee zijden van één medaille. Ook zij zijn ongescheiden.

Waar het verstand misschien een liggende basnoot en een melodie onderscheidt; is deze melodie op een muzikaal niveau volledig één met de basnoot. Want die basnoot is wat we in de muziek de grondnoot noemen, het fundament van de melodie, de bron waaruit ze voortkomt en waar ze ook weer terug naartoe keert. De melodieën zijn, zelfs als ze enigszins grammaticaal opgebouwd zijn, op elk moment hoorbaar gegrond in de ison. Dat is niet iets wat je als luisteraar rationeel moet weten, het is iets wat je ervaart wanneer je deze muziek hoort.