De volgende besprekingen van de individuele stukken zijn afkomstig uit het oorspronkelijke cd-boekje, met een paar kleine aanpassingen.

Prelude for Kannon.
Prelude for Kannon schreef ik in de periode najaar 1999 – 4 april 2000.  Na een eerste deel waarin dalende motieven elkaar onafgebroken opvolgen, komt er een langer luik waarin de motieven van elkaar gescheiden zijn, de stilte een groter aandeel krijgt en een innerlijke ruimte zich openbaart.

Het is mijn vroegste werk waarvan een opname publiek beschikbaar is. Het werd gecreëerd door Frederik Croene op een concert in D’Imprimerie te Brussel op 1 maart 2001, en verdween vervolgens voor tien jaar in een lade, tot de opnames van dit album in 2011.

37 Wings.
37 Wings is veel grilliger dan het vorige stuk, en komt over als een natuurverschijnsel, of als een rotstuin zoals je die vindt in sommige zentempels.  37 akkoorden, die allemaal onderling verwant zijn, worden in steeds veranderende constellaties gepresenteerd.  De titel verwijst naar het hoofdstuk 37 Wings of Enlightenment uit het magnum opus Shobogenzo van meester Dogen (1200-1253), zoals het vertaald is in de nieuwe editie van Kazuaki Tanahashi.

Het stuk werd als laatste van dit album geschreven, en was pas twee maanden voor de opnames in augustus 2011 klaar.

Mantra.
Mantra werd het jaar na Prelude for Kannon geschreven, in 2001. Zoals de naam aangeeft, bestaat dit werk uit een steeds herhaalde melodie, die op verschillende wijzen gevarieerd wordt. Voor de bespreking van de muzikale mantra, zie XIV. Bachs chaconne voor viool solo | Ho Sen Dojo

Robe Chant.
Robe Chant is een pianoversie van het gelijknamige werk voor zesstemmig koor, geschreven in opdracht van Ensemble Polyfoon op de vertaling die Joan Halifax maakte van de Kesa Sutra, de korte tekst die zenbeoefenaars traditioneel driemaal opzeggen vooraleer ze de rakusu of kesa aantrekken.  De piano- en koorversie ontstonden simultaan in 2010, waardoor het stuk een merkwaardige link vormt tussen deze twee sterk verschillende repertoires.  De lange lyrische melodie wordt driemaal herhaald, zoals de soetra driemaal herhaald wordt.

De koorversie kan je hier beluisteren:
https://open.spotify.com/track/7ccTYU5VUakGUoj0DAv9U3?si=1037cf5faa8b4f09

Riding the Waves.
Riding the Waves (juni-juli 2010) bekleedt een heel eigen plaats in het geheel door zijn motorische karakter; het heeft als functie de luisteraar, die mogelijk wat versuft is door de rust van de muziek, wakker te schudden. Het is in zekere zin een divertimento. Tegelijkertijd vertegenwoordigt het de volkse, en zelfs wat naïeve benadering van de zenbeoefening, van het mededogen. De titel verwijst naar traditionele afbeeldingen van Kannon, rijdend op de golven, die de wereld van de verschijnselen voorstellen.

Miracles of Each Moment.
Miracles of Each Moment werd geïnspireerd door de one-stroke paintings van mijn vriend Kaz Tanahashi, en werd dan ook aan hem opgedragen. Het is het enige werk van de cyclus dat atonaal is opgevat; na de bevestigende melodie en voortrazende motoriek van Riding the Waves stelt het alles terug in vraag, en opent zo de geest om die voor te bereiden op het laatste deel.

Kannon’s Pillow (nocturne).
Kannon’s Pillow (nocturne) tenslotte, het laatste en titelnummer van het programma, is met zijn duur van 20 minuten ook het langste werk. Het integreert mozaïekstructuren met lange, zingende melodieën en begeleidingen die herinneren aan Indische muziek.  In het labyrint van eindeloze bogen en arabesken verliest de luisteraar elke oriëntatie, teruggeworpen op de directe ervaring; tegelijk is de grote vorm ervan compleet organisch en gesloten.