Dido’s lament.
En ja, ook het beroemdste stuk van de grote Engelse componist Henry Purcell is een passacaglia. Meer bepaald noemt men het herhaalde baspatroon, dat droevig in halve tonen daalt, een lamentobas, wat zoveel betekent als treurbas.  Het gaat om Dido’s Lament, de slotaria van zijn opera Dido and Aeneas (ca 1688). Dirigent Leopold Stokowski maakte een (veel te) romantisch arrangement voor symfonisch orkest; het stuk werd nog bekender bij het grote publiek door de jaarlijkse uitvoeringen te Londen op Remembrance Sunday, uitgezonden door de BBC en drong door in de populaire cultuur, onder andere in de tv-reeks Band of Brothers (“Nixon’s walk”), en via versies van Jeff Buckley, Klaus Nomi, Anna Brun en Annie Lenox.

Henry Purcell, Dido’s Lament uit Dido and Aeneas (ca 1688)
https://open.spotify.com/track/6z5zf7cvk5SGiUrh62Vtzq?si=a4a297ff6d7f4407

De video van Annie Lennox:
https://open.spotify.com/track/3u0fuBg4bmwGFgT5rUjADI?si=5745f34d03074b7e

Weer naar Bach.
Geef de chaconne van Bach voldoende tijd. Misschien loop je bij de eerste beluisteringen verloren in de verschillende melodieën die erin voor komen, en in de snelle passages. Hoe meer je het stuk beluistert, hoe dieper je je bewust wordt van de bron waar al deze beweging uit voortkomt; hoe helderder je in het vele steeds duidelijker het ene herkent. Je merkt dan hoe dit stuk met zijn duizenden noten nooit ergens naartoe gegaan is – de golven kabbelen aan de oppervlakte, dat is waar, en soms passeert er zelfs een storm; maar het is allemaal water.