Jeugd.
Louis Andriessen (Utrecht, 6 juni 1939 – Weesp, 1 juli 2021) groeide op in een uitzonderlijk muzikale en artistieke familie. Zijn grootvader, vader, oom, veertien jaar oudere broer Jurriaan en acht jaar oudere zus Cecilia waren allemaal componist; zijn andere zussen waren zangeres en fluitiste. Zijn grootmoeder schilderde, zijn tante was beeldhouwster. Zijn moeder Johanna Anschütz was pianiste. Enkel Louis’ broer Nico was architect, maar diens zoon was dan weer beeldend kunstenaar én componist.
Zijn broer Jurriaan bracht na een verblijf in de Verenigde Staten platen mee van Charlie Parker, Dizzy Gillespie en Miles Davis, waardoor Louis als tiener intensief met moderne jazz kennismaakte.
De Notenkrakers.
Vanaf 1957 studeerde Andriessen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Kees van Baaren. De toen gangbare modernistische stijlen lagen hem echter niet. Aan het eind van de jaren zestig behoorde Andriessen met Peter Schat, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg en Jan van Vlijmen tot een groep jonge Nederlandse musici die zich verzette tegen het conservatieve muziekleven. In 1969 werkten ze samen aan de opera Reconstructie, een politiek geëngageerd werk over het Amerikaanse imperialisme in Latijns-Amerika. In hetzelfde jaar vond de beroemde Notenkrakersactie plaats: tijdens een concert van het Concertgebouworkest onderbraken de actievoerders de uitvoering om een publiek debat over het beleid van het orkest af te dwingen.
Minimalisme.
Juist in deze periode ontdekte Andriessen het Amerikaanse minimalisme. Frederic Rzewski liet hem in november 1969 een bandopname van Terry Rileys In C horen, die grote indruk maakte. Vanaf 1970, ten laatste 1971 volgde hij de muziek van Reich en Glass op de voet; in dat laatste jaar ontmoette hij Reich ook in Amsterdam. De vroege minimale composities van Andriessen zoals De Volharding (1971-72), zijn eerste stuk in deze stijl vind ik echter erg hard en droog. Ze hadden een duidelijke maatschappelijke context: De Volharding ging op 12 mei 1972 in première tijdens een van de zogenaamde Inklusieve Konserten te Amsterdam, gratis concerten van acht tot negen uur lang waarin avant-garde, jazz, pop, middeleeuwse en elektronische muziek door elkaar werden geprogrammeerd; de opzet was de scheidslijnen tussen verschillende publieken en muziekculturen af te breken.
Invloed.
Andriessen oefende een grote invloed uit, niet alleen via zijn muziek, maar ook als leraar. Vanaf de jaren zeventig doceerde hij aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zijn lessen trokken later studenten uit de hele wereld en droegen bij aan het internationale aanzien van de zogenoemde Haagse School. Vooral in de Verenigde Staten werd zijn invloed groot. Zelf had hij in de jaren zeventig de Amerikaanse minimalisten als een bevrijdende invloed ervaren; enkele decennia later werd hij op zijn beurt een voorbeeld voor Amerikaanse componisten die het minimalisme wilden verbinden met een hardere klank, complexere structuren en elementen uit rock, jazz en Europese modernistische muziek. Vanaf de jaren tachtig werd hij overladen met de hoogste eerbewijzen en de meest prestigieuze compositieopdrachten, zowel in Europa als in de VS.