Philip Glass.
Terwijl Steve Reich in professionele muziekmiddens sterk gewaardeerd wordt, is Philip Glass bekender bij het grote publiek, vooral dankzij zijn eindeloze stroom van filmscores. Glass, die een paar maanden jonger is, studeerde samen met Reich compositie bij Vincent Persichetti; in de jaren zestig speelden ze mee in elkaars ensembles, maar in 1971 verloren ze het contact voor vele jaren.

Zelf vind ik sommige vroege werken van Philip Glass niet slecht, onder andere een paar nummers uit Music in Twelve Parts (1971-74); de opera Einstein on the Beach (1975) was natuurlijk revolutionair. Ook de twee daaropvolgende opera’s Satyagraha (1980) en Akhnaten (1983) vertonen een interessante evolutie.  Zijn latere werk melkt echter eindeloos enkele akkoordopeenvolgingen en een paar ritmes uit, wat de term repetitieve muziek wel een heel nieuwe dimensie verleent. Persoonlijk vind ik hem dan ook sterk overschat. In tegenstelling tot Reich beoefent Glass sinds 1966 het Tibetaanse boeddhisme, of toch sommige praktijken daaruit. Wanneer hij daarover spreekt in interviews (https://philipglass.com/glassnotes/93641/), komt dat nogal oppervlakkig over, waardoor zijn engagement moeilijk in te schatten is. Over de verhouding van deze beoefening tot zijn muziek is hij echter heel categoriek: elke bezigheid, ook het schrijven of beluisteren van muziek kan beoefening zijn, maar zijn muziek is voor hem niet specifiek meditatief of boeddhistisch.

Terry Riley.
De derde componist die in één adem met Reich en Glass wordt genoemd, is Terry Riley (° 1935). Hij was, naast klassieke muziek, ook al vroeg geïnteresseerd in jazz, en studeerde als componist af te Berkeley in 1961. Daar ontmoette hij onder andere Pauline Oliveros en La Monte Young, waarmee hij vervolgens zou samenwerken. Riley werd heel invloedrijk met zijn twee iconische stukken In C (1964) en A Rainbow in Curved Air, opgenomen in 1968 en het jaar daarop uitgebracht.

Terry Riley, In C (1964)
https://open.spotify.com/album/1IqXMVlNM4NBTA4otUziOr?si=Z2DBCh4xRuueM18W4SQhVg

De partituur van In C is genoteerd op één pagina; ze bestaat uit 53 motieven, die een onbepaald aantal uitvoerders met onbepaalde instrumenten na elkaar moeten uitvoeren. De achtste noten puls, aangegeven door een hoge do, zorgt ervoor dat iedereen in hetzelfde ritme speelt . Het aantal herhalingen van elk motief bepalen de uitvoerders zelf zodat ook de duur van het werk onbepaald is.

Terry Riley, A Rainbow in Curved Air (1968)
https://open.spotify.com/track/5LoOvEPLbNBSRjWoKj7snC?si=fb657fe48248474c

A Rainbow in Curved Air is daarentegen een eenmansimprovisatie van Riley zelf, die gebruik maakt van tapeloops om een opeenstapeling van muzikaal materiaal te realiseren. Hij speelt op verschillende elektronische toetsinstrumenten; de klank ervan kan wat gedateerd aandoen.

Vanaf 1970 tot ca 1995 zou hij studeren bij, en optreden met de Indiase zanger Pandit Pran Nath.

Terry Riley, The Harp of New Albion (1986)
https://open.spotify.com/track/5Wk6E15Rgb1MDIeLneuwK4?si=66a95950aa214081

In de link naar de derde track uit dit dubbelalbum hoor je nog duidelijk de echo’s van de motorische, improvisatorische repetitieve stijl uit zijn vroegere jaren; maar er heeft ondertussen een hele evolutie plaatsgevonden.  De piano is gestemd in de reine stemming, en niet in de gelijkzwevende zoals gebruikelijk is. Dit levert bijzonder mooie effecten op. Riley ging deze stemming gebruiken vanaf 1970, ook op zijn elektronische toetsenborden; waarschijnlijk onder invloed van de Indische muziek.