Vraag en antwoord (uit de workshops).
Vraag:
-Je zegt dat de zinnen niet één groot geheel vormen, maar elk op zich staan, zoals elke bloem in een vaas haar aparte bestaan heeft… is het dan niet juist muziek die de veelheid benadrukt, eerder dan de eenheid?
Antwoord:
Aha, ik begrijp wat je bedoelt. Je verwart een paar dingen, maar dat is begrijpelijk. Wat ik bedoel is dat de zinnen geen aaneengesloten verhaal vormen dat functioneert als de verhalen die het denken ophangt over de veelheid van wat is. De verhalen die ons als een waterdichte paraplu afschermen van de ongescheiden eenheid van ons bestaan, door een illusionaire wereld op te hangen. Dat verhaal valt uiteen, en doorheen de restanten ervan beginnen we de oorspronkelijke eenheid terug te zien.
Vraag:
Dus de verbrokkeling van de muzikale vertelling inspireert ons, de eenheid te ervaren? Ze staat niet voor de verbrokkeling van het ene tot het vele?
Antwoord:
Precies.
Vraag:
Waarom is dat zo? Is dat niet vergezocht?
Antwoord:
Toch niet. Ga diep in de muziek, in het luisteren, en je zal merken wat het met je doet. Besef goed dat die eenheid geen concept is, geen fantasie van het denken. Het is dat wat is, wat je bent, wat alles is. Het scherm van gedachten verhult dat, zoals de zeventigduizend sluiers die ons volgens de Soefi’s van God scheiden. Het scherm stort in, het verhaal valt uit elkaar; wat overblijft is dat wat is.
Het doet me denken aan een muziektheatervoorstelling die ik eind jaren ’80 in Brussel zag. Ik zat in een bioscoopzaaltje, en op het scherm verschenen er allerlei abstracte patronen, vergezeld van live vioolmuziek, die steeds heviger en sneller bewogen. Het kwam tot een climax, en dan gebeurde iets totaal onvoorziens. Iets wat waarschijnlijk niemand in het publiek had zien aankomen. Het scherm scheurde los en stortte neer. We keken plots recht in het lens van de projector, die achter het scherm stond en plots zijn intens flikkerende licht op het publiek projecteerde, recht in je ogen. Het was alsof er een grens van het denkbare overschreden werd, alsof je plots direct in de bron van het bestaan keek. Ik zal het nooit vergeten.
Nota, anno 2026:
Een paar jaar na de workshops las ik de boeken van Ramana Maharshi, en kwam ik in contact met zijn beeld van het bewustzijn als het bioscoopscherm waarop alles verschijnt, of als het licht zelf. Hadden de makers van de voorstelling dit ook gelezen? Ik veronderstel van wel. Ondertussen bijna veertig jaar later, kan ik herhalen: ik zal deze voorstelling nooit vergeten.
Enkele zinnen uit Hitori Mondo door Hisamatsu Fuyo (1823).
1) Sommige mensen vragen waarom je shakuhachi speelt.
Het antwoord is dat er geen doel is, je speelt gewoon omdat je het graag doet.
2) Heeft het dan geen nut? De shakuhachi heeft geen nut. Omdat het een instrument van zen is, zou het niet juist zijn het oppervlakkig te behandelen.
3) … de leek kan niet begrijpen dat de essentie van muziek maken is, vrij te zijn van een reden om het te doen.
Hitori Kotoba (voor 1830)
“Wie de shakuhachi studeert moet zichzelf vrij maken van wereldse gedachten, zich van zijn verlangens scheiden en ideeën over superieur en inferieur opzij zetten. Hij moet zijn geest in de buik concentreren, zodat hij het geluid van de bamboe kan horen. Dat is het belangrijkste.”
Alhoewel ik zelf geen shakuhachi speel, heb ik deze muziek eindeloos beluisterd, en ze als componist jarenlang bestudeerd en geanalyseerd. Veel heb ik ook geleerd van mijn vriend Wolfgang Hessler, een Zwitserse zenmonnik en shakuhachileraar, zowel van onze gesprekken, als van hem te horen en te zien spelen, waarvoor dank. Wolfgang gaf in de periode 1995-2005 een lange reeks voorstellingen, waarbij zijn zenleraar Michel Bovay (leerling van Taisen Deshimaru) oude zenverhalen vertelde, die afgewisseld werden met shakuhachimuziek. In 2004 was Wolfgang te gast bij Ho Sen Dojo, waar hij voor een vijftigtal mensen een bijzonder indringend concert speelde. Hij is een goed voorbeeld van een hedendaagse westers shakuhachispeler, die de fluit bespeelt in totale eenheid met zijn zenbeoefening als monnik.
Wie geïnteresseerd is in een heel kort overzicht van de bouw van het instrument en de historiek van de traditie, kan eventueel de volgende pagina nog lezen, maar uiteindelijk is dat niet relevant voor de beluistering van de muziek, die al deze kennis compleet overstijgt.