Muziek als vertelling.
W.A. Mozart: andante voor fluit en orkest in Do groot. (ca 6’)
https://open.spotify.com/track/5XhZzEKOGpMK9RWvus1lU9?si=8d2116f379be4ef4
Luister eens naar dit stuk, dat wel eens beschouwd wordt als meditatieve muziek; maar absoluut geen voorbeeld is van wat ik daarmee bedoel. De muziek is rustig, stil en traag, en werd op de cover van het album waar ik tijdens de workshops mee werkte (“Mozart for Meditation”) omschreven als meditatief. Ze kan je zeker tot rust brengen; het is in ieder geval prachtige muziek, geschreven door een groot en geniaal componist. Maar is het muziek die, op een specifieke manier, dicht bij de praktijk van zen staat?
Zelfs al is dit stuk zuiver instrumentaal, toch verloopt het in zinnen, volzinnen en paragrafen; het vertelt een sluitend muzikaal verhaal. Om dat te realiseren is het opgebouwd volgens een strikte muzikale grammatica, waarin elke noot, elk akkoord een grammaticale functie heeft. Deze muziek spreekt tot ons, misschien niet met woorden, maar met klanken die als woorden gestructureerd worden.
Mogelijk ben je je hiervan helemaal niet bewust; zoals een kind zich helemaal niet bewust is van de grammatica van zijn moedertaal, tot het op school daarmee te maken krijgt – om die dan later in het dagdagelijkse leven terug te vergeten. Een verdere uitwerking van dit gegeven zou ons veel te ver voeren -het is geen cursus muzikale analyse. Als enige voorbeeld wil ik hier vermelden dat het gevoel dat je hebt op het einde van een muzikale zin, een gevoel dat overeenkomt met een komma, een punt, vraagteken of uitroepteken, veroorzaakt wordt door wat men cadensen noemt. Een cadens is een korte muzikale formule, een vaste opeenvolging in de melodie en haar ondersteunende begeleiding, die zo’n specifiek effect oproept.
Dus, zelfs als je het gevoel hebt dat je naar een puur klankmatig gebeuren luistert, luister je in grote mate naar symbolen, de symbolen die uit deze klanken opgebouwd worden. Zoals woorden uit de klanken van de menselijke stem opgebouwd worden. Wanneer je iemand hoort spreken, hoor je het geluid van de stem, de intonatie, het ritme ervan; maar het grootste deel van je aandacht gaat naar de inhoud, de betekenis van de woorden en zinnen. De rest van wat je ervaart op dat moment verschuift naar de achtergrond. En zo belanden we in de wereld van de gedachten, de concepten, en vervreemden we voor een groot stuk, een heel groot stuk zelfs, van de levende stroom van zijn hier en nu.
Is dat op zich verkeerd? Zeker niet!
Was Mozart een genie? Ik veronderstel van wel.
Maar wat we hier hebben is een concept van muziek als spraak: spraak opgebouwd uit muzikale gedachten. Meestal realiseren mensen zich niet in welke mate dit letterlijk heel rationele muziek is.
Ik zeg niet dat de inspiratie van Mozart rationeel was; maar dat het grammaticale kader waarin hij zich uitdrukte dat was.
Zelfs wanneer deze muziek emoties en poëtische gevoelens oproept, zelfs wanneer ze van een grote schoonheid is. Het is de schoonheid van een prachtige vertelling, van tekst; van een gedicht. En alhoewel literair proza en poëzie de grenzen van de taal oprekken en voor een stuk achter zich laten, is het echt overstijgen en loslaten van de taal nog iets heel anders.
De muzikale grammatica die Mozart gebruikte als kind van zijn tijd nam vorm aan in de jaren 1600-1650, voortgaande op een oudere evolutie. Ze wordt nu nog – in allerlei variaties- toegepast in de meest diverse soorten muziek. In de muziektheorie staat ze bekend als de tonale harmonie (in het Engels is de term common practice). De tonale harmonie is een verschijnsel dat ontstaan is in de westerse cultuur; ze is in staat lange muzikale verhalen of redevoeringen op te bouwen, die onder andere sonates en symfonieën worden genoemd.
Luisteren we nu naar heel andere muziek.