Luc De Winter, Veerle Peeters: Nodoby Left (2026)
https://open.spotify.com/album/7rCnjwj8ZhCAo0YZCz3KS2?si=1o1wc487SbWkwlt7QwKCZA

De muziek van Nobody Left werd geschreven in de periode mei 2012 – februari 2015, en sluit chronologisch aan op het repertoire van mijn eerste pianoalbum. Een derde album met pianomuziek uit dezelfde periode en één recent werk volgt later dit jaar.

Voor de opname, eind augustus 2026, kozen we een Steinway vleugel model B uit 1896. Dit historische instrument is iets kleiner dan de grote concertvleugel uit het Paleis voor Schone Kunsten waarop Kannon’s Pillow werd opgenomen; de bassen klinken wat minder lang door en je hoort soms de mechaniek van het pedaal – maar de klank is prachtig.

Pianiste Veerle Peeters kreeg internationale bekendheid met haar interpretatie van de pianomuziek van de Franse componiste Mel Bonis (2010), en oogstte vervolgens opnieuw uiterst lovende kritieken in de buitenlandse pers voor de opnames van de volledige muziek voor vierhandig klavier van Franz Schubert. Een vijftiental jaar geleden voerde ze zowel het Kannon’s Pillow repertoire als mijn liedercyclus Songs From Five Scoop Hut uit op concerten; ze is dus al lange tijd vertrouwd met deze muziek, die ze dan ook speelt met een buitengewoon stijlgevoel en de juiste expressie.

Ariadne’s Breath ontstond kort na de release van Kannon’s Pillow, als één van de vijftien Ryokanliederen, op de tekst van het gedicht In breath and out breath. Uiteindelijk werd het echter een stuk voor piano solo, dat Veerle het jaar erop eenmaal op een concert speelde.  De titel is een woordspeling op Ariadne’s Thread, de draad van Ariadne. De mythe is gekend: de Minotaurus, een monster dat half mens, half stier was, verbleef in een labyrint op Kreta. De held Theseus kreeg van zijn vader Aigeus een zwaard om hem te doden, maar minstens even belangrijk was de draad die prinses Ariadne aan de ingang vastmaakte, en waarvan ze het andere einde aan de held meegaf. Door deze draad te volgen zou hij altijd de uitgang van de doolhof terug kunnen vinden. De draad van Ariadne staat dan ook voor een middel om je uit een netelige situatie te redden.

In mijn zenonderricht verwijs ik dikwijls naar de adem als de draad van Ariadne: we hebben de adem altijd bij, ons leven lang. Door terug te keren naar het voelen van de adem kunnen we in elke omstandigheid, waarbij we onszelf verliezen in drukte, spanning of simpelweg in onze eigen gedachten, terugkeren naar het hier en nu.

Muzikaal is de “draad” een niet aflatende stroom achtste noten in de rechterhand, die ons doorheen het hele stuk loodst. De linkerhand maakt grote sprongen, want ze speelt zowel een baspartij als een sobere, gefragmenteerde melodie die hoog boven de rechterhand klinkt.

Alhoewel er geen uitgesproken ison aanwezig is, blijft de grondnoot re toch zeer aanwezig, en ademt het werk een tijdloze onbeweeglijkheid – waarin wel degelijk iets gebeurt. Het is één van de meest intieme, expressieve stukken die ik ooit schreef. De interpretatie van Veerle Peeters is zoals altijd bijzonder delicaat en verfijnd, maar toch aards. Bijzonder sterk vind ik ook de plaatsen waar ze de “draad” bijna doorknipt, om hem uiteindelijk toch te laten doorlopen.

Grassroots Sanctuary werd geschreven in de periode mei-augustus 2014. Eind 2013, begin 2014 belandde ik in een bijzonder moeilijke periode, waarin al mijn projecten strandden, en een grote vertwijfeling over mijn beoefening opkwam. Het schrijven van Grassroots Sanctuary was hierbij een therapeutisch gebeuren, dat me daardoor hielp.

Beide delen hebben hetzelfde thema dat bijvoorbeeld in het begin van het eerste deel goed te horen is; het wordt steeds gevarieerd. Nadat het stuk klaar was, vroeg het festival Grenzenloos (november 2014) me om een thema van een drietal minuten, dat bij het begin van elk concert gespeeld zou worden. Ik maakte een korte versie van het Grassroots Sanctuary thema dat herdoopt werd als Grenzenloos thema. Als afsluiting van het festival improviseerden festivaldirecteur Matthias Coppens (piano), Lieselot Watté (cello), Osama Abdulrasol (qanun) en Tristan Driessens (ud) een uur op deze melodie in de grote zaal van het Districtshuis te Borgerhout.

In het eerste deel wordt het thema quasi improvisatorisch voorgesteld, met lange stiltes waarin de pianoklank verder resoneert. In het tweede deel speelt de linkerhand een soort van Indisch aandoende tanpurabegeleiding. Daarboven vormen zich allerlei melodieën, waarin jazzinvloeden te herkennen zijn. Op hoogtepunten komt de bas los van de grondtoon re om verschillende akkoorden te doorlopen. Het stuk werd gecreëerd door pianiste An Van Reeth in oktober 2014.

Nobody Left begon ik te schrijven begin november 2014, zonder titel. Tijdens het werken aan de eerste maten overviel me uit het niets een gevoel van totale rust,  alsof elke spanning die ik mijn leven lang onbewust met me meegedragen had me plotseling verliet. “Ik” was er nog, maar was tot volkomen rust gekomen. Drie dagen later volgde er een ontmoeting die de aanleiding was tot een fundamenteel ontwaken. Het werd glashelder duidelijk dat er nooit een “ik” bestaan had, tenzij als gedachte. Hoewel er de vorige decennia nog zo’n momenten geweest waren, bleek het inzicht nu duurzaam, alsof er een kantelmoment bereikt was en het perspectief blijvend veranderde. Met momenten en periodes is de ik-gedachte opnieuw sterk aanwezig, maar het grote verschil is dat sindsdien het andere perspectief mijn thuis is, waar ik, of beter gezegd niemand, steeds naar kan terugkeren.

Verschillende maanden was ik niet meer geïnteresseerd in muziek, alleen maar in het ervaren van het bestaan hier en nu.

Eind januari 2015 besloot ik het stuk toch af te werken, en noemde het Nobody Left: er is niemand meer over, en er is niemand weggegaan, want er was nooit een apart zelf. Alles was duidelijk. Muziek was op dat moment niet belangrijk. Het stuk verdween in “de lade”. Pas meer dan tien jaar later, bij de planning van dit album bekeek ik het terug, en viel de beslissing het op te nemen. Toen ik het hoorde in Veerle’s uitvoering, viel elke twijfel weg.

Het stuk is niet programmatisch, vertelt geen buitenmuzikaal verhaal. Hoewel ik het zie als één organisch geheel, kan je het onderverdelen in drie stukken. Alles is opgebouwd via de herhaling van melodisch materiaal, dat steeds anders geformuleerd wordt. Altijd anders, met golvingen van meer en minder doorlopende beweging, maar zonder klassieke muzikale vertelling. In het midden nemen de rusten een grotere plaats in, maar zoals steeds blijven de pianosnaren doorklinken; deze “schaduwklank” waarin de noten en melodieën zich vermengen maakt integraal deel uit van bijna al mijn pianomuziek. Opvallend is ook de totale ongescheidenheid van begeleiding en melodie: je kan niet zeggen waar de ene ophoudt en de andere begint.

Vergeet nu al deze woorden en luister …

Luc De Winter, 4 oktober 2026.